Home

Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 11 september 2019

Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 11 september 2019

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
11 september 2019

Uitspraak

Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 11 september 2019 – Haswani/Raad

(Zaak T‑231/15 RENV)

"„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen tegen Syrië - Bevriezing van tegoeden - Artikel 86 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht - Aanpassing van het verzoekschrift - Ontvankelijkheid - Noodzaak om de middelen en argumenten aan te passen - Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond”"

1. Gerechtelijke procedureArrest van het Hof waaraan het Gerecht gebonden isVoorwaardenUit een hogere voorziening voortvloeiende verwijzingRechtspunten die het Hof definitief heeft beslecht in het kader van de hogere voorzieningGezag van gewijsdeDraagwijdte

(Statuut van het Hof van Justitie, art. 53, eerste alinea, en 61; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 215)

(zie punten 32‑34)

2. Gerechtelijke procedureBesluit of verordening waarbij de bestreden handeling in de loop van het geding wordt vervangenVerzoek tot aanpassing van het verzoekschriftVerplichting voor de verzoekende partij om dit verzoek te staven met aangepaste middelen en argumentenGeen, tenzij aanzienlijke verschillen tussen beide handelingen bestaanVerplichting van het Gerecht tot verificatie

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 86)

(zie punten 38‑41)

3. Gerechtelijke procedureBesluit of verordening waarbij de bestreden handeling in de loop van het geding wordt vervangenVerzoek tot aanpassing van het verzoekschriftSpecifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten gelet op de situatie in SyriëNieuwe criteria voor opname in de lijstVermoeden dat invloedrijke zakenlieden die hun activiteiten in Syrië ontplooien, steun aan het Syrische regime verlenenNieuwe redenen voor opname in de lijst, die worden gestaafd door nieuwe bewijselementenAanzienlijke verschillen tussen beide handelingenVerplichting voor de verzoekende partij om dit verzoek te staven met aangepaste middelen en argumentenNiet-nakomingNiet-ontvankelijkheid

[Art. 263, zesde alinea, VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 86, leden 1, 2, 3 en 6; besluiten 2011/273/GBVB, 2011/782/GBVB en 2013/255/GBVB van de Raad, zoals gewijzigd bij besluiten (GBVB) 2015/837, 2015/1836, 2016/850, art. 28, lid 2, onder a), en (GBVB) 2015/383; verordeningen nr. 442/2011, nr. 36/2012, zoals gewijzigd bij verordening 2015/1828 van de Raad, art. 15, lid 1 bis, onder a), 2015/375, 2015/828, en 2016/840 van de Raad]

(zie punten 42, 47, 48, 51‑53, 55‑57, 60‑64)

4. Handelingen van de instellingenMotiveringVerplichtingOmvangBeperkende maatregelen tegen SyriëBevriezing van de tegoeden van personen, entiteiten of lichamen in het licht van de situatie in SyriëBesluit genomen in een door de belanghebbende gekende context zodat deze de draagwijdte van de hem betreffende maatregel kan begrijpen

[Art. 296 VWEU; besluiten 2013/255/GBVB, art. 28, lid 2, en (GBVB) 2016/850 van de Raad; verordening 2016/840 van de Raad]

(zie punten 65, 66)

Voorwerp

Ten eerste, verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van uitvoeringsbesluit (GBVB) 2015/383 van de Raad van 6 maart 2015 houdende uitvoering van besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB 2015, L 64, blz. 41), uitvoeringsverordening (EU) 2015/375 van de Raad van 6 maart 2015 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië (PB 2015, L 64, blz. 10), besluit (GBVB) 2015/837 van de Raad van 28 mei 2015 houdende wijziging van besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB 2015, L 132, blz. 82), uitvoeringsverordening (EU) 2015/828 van de Raad van 28 mei 2015 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië (PB 2015, L 132, blz. 3), besluit (GBVB) 2016/850 van de Raad van 27 mei 2016 houdende wijziging van besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB 2016, L 141, blz. 125), en van uitvoeringsverordening (EU) 2016/840 van de Raad van 27 mei 2016 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië (PB 2016, L 141, blz. 30), voor zover die handelingen betrekking hebben op verzoeker, en, ten tweede, een verzoek krachtens artikel 268 VWEU tot vergoeding van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van die handelingen

Dictum

1) Het beroep wordt verworpen.

2) George Haswani wordt verwezen in zijn eigen kosten en in die van de Raad van de Europese Unie in de zaken C‑313/17 P en T‑231/15 RENV.

3) De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen in de zaken C‑313/17 P en T‑231/15 RENV.