Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 20 juni 2017
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 20 juni 2017
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 20 juni 2017
Uitspraak
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 20 juni 2017 –
Laboratoire de la mer/EUIPO
(Zaak C‑662/16 P)
"„Hogere voorziening - Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Uniemerk - Oppositieprocedure - Aanvraag tot inschrijving van het woordmerk RESPIMER - Verwarringsgevaar - Afwijzing van de aanvraag tot inschrijving”"
1. Hogere voorzieningMiddelenOnjuiste beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaalNiet-ontvankelijkheidToetsing door het Hof van de beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaalUitgesloten, behoudens het geval van onjuiste opvatting
(Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)
(zie punten 6, 7)
2. Hogere voorzieningMiddelenLoutere herhaling van de voor het Gerecht aangevoerde middelen en argumentenOntbreken van vermelding van de gestelde onjuiste rechtsopvattingKennelijke niet-ontvankelijkheid
(Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 169, lid 2)
(zie punten 6, 7)
3. UniemerkDefinitie en verkrijging van het UniemerkRelatieve weigeringsgrondenOppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor dezelfde of soortgelijke waren of dienstenGevaar voor verwarring met het oudere merkOuder merk bestaande in een UniemerkWeigering van inschrijving wegens het bestaan van een zelfs tot een deel van de Unie beperkte relatieve weigeringsgrond
[Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 1, b)]
(zie punten 6, 7)
Dictum
1) De hogere voorziening wordt afgewezen.
2) Laboratoire de la mer SASU draagt haar eigen kosten.