Home

Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 30 januari 2018

Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 30 januari 2018

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
30 januari 2018

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 30 januari 2018 –
Przedsiębiorstwo Energetyki Cieplnej/ECHA

(Zaak T‑625/16)

"„REACH - Vergoeding verschuldigd voor de registratie van een stof - Lagere vergoeding voor de kmo’s - Onjuiste aangifte van de grootte van de onderneming - Besluit waarbij een vergoeding voor administratieve kosten wordt opgelegd - Beëindiging van de productie van de stof - Criteria voor de berekening van het bedrag van de administratieve kosten - Aanbeveling 2003/361/EG - Rechtszekerheid - Gewettigd vertrouwen - Evenredigheid - Gelijke behandeling”"

1. Beroep tot nietigverklaringNatuurlijke personen of rechtspersonenHandelingen die hen rechtstreeks en individueel rakenBesluit van de raad van bestuur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) betreffende aan het ECHA verschuldigde vergoedingen en vergoedingen voor administratie kostenBeroep door een onderneming die de registratie van een stof heeft aangevraagdNiet individueel geraaktNiet-ontvankelijkheid

(Art. 263, vierde alinea, VWEU; verordening nr. 340/2008 van de Commissie)

(zie punten 34‑36)

2. Harmonisatie van de wetgevingenRegistratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffenREACH-verordeningAan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verschuldigde vergoedingenBerekeningInaanmerkingneming van de door ECHA gedragen kosten wegens door de registrant verstrekte onjuiste inlichtingenToelaatbaarheidNoodzaak van een exact onderling verband tussen het bedrag van de opgelegde administratieve vergoeding en de gemaakte kostenGeen

(Verordening nr. 340/2008 van de Commissie, overweging 11 en art. 13, lid 4)

(zie punten 46‑48, 53, 57, 60, 61, 97)

3. Recht van de Europese UnieBeginselenRechtszekerheidRegeling die financiële consequenties kan hebben

(zie punt 69)

4. Recht van de Europese UnieBeginselenBescherming van het gewettigd vertrouwenAanvoeren van dit beginsel tegen een UnieregelingVoorwaardenNoodzaak voor een instelling van de Unie om een situatie in het leven te hebben geroepen waarin gewettigd vertrouwen kan worden geschapenToerekenbaarheid van het gedrag dat dit vertrouwen schept, aan een nationale autoriteitGeen gewettigd vertrouwen

(zie punten 75, 76)

5. Harmonisatie van de wetgevingenRegistratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffenREACH-verordeningAan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verschuldigde vergoedingenBerekeningInaanmerkingneming van de door ECHA gedragen kosten wegens door de registrant verstrekte onjuiste inlichtingenToelaatbaarheidNoodzaak voor ECHA om aan te tonen dat de aanvrager de bedoeling had om het Agentschap te misleiden omtrent zijn grootteGeen

(Verordening nr. 340/2008 van de Commissie, art. 13, leden 3 en 4)

(zie punten 84‑88)

6. Recht van de Europese UnieAlgemene rechtsbeginselenRecht op behoorlijk bestuurZorgvuldige en onpartijdige behandeling van dossiersVerplichting voor de instellingen om de betrokken die zich vergist heeft omtrent zijn rechtspositie, in staat te stellen te ontsnappen aan oplegging van een wettelijke vergoedingGeen

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41)

(zie punten 89, 92)

7. Harmonisatie van de wetgevingenRegistratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffenREACH-verordeningAan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verschuldigde vergoedingenBerekeningBepaling van een onjuist bedrag van de vergoeding doordat de aanvragende onderneming onjuiste informatie omtrent haar grootte heeft verstrektOplegging van een administratieve vergoeding die 2,5 maal het verkregen voordeel bedraagtSchending van het evenredigheidsbeginselGeen

(Verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad; verordening nr. 340/2008 van de Commissie, art. 13, lid 4)

(zie punten 102‑105, 108)

8. Europese ombudsmanBestuurlijke gedragscodeDwingende werkingGeen

(Art. 228 VWEU)

(zie punt 116)

9. Harmonisatie van de wetgevingenRegistratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffenREACH-verordeningAan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verschuldigde vergoedingenLagere vergoeding voor kleine en middelgrote ondernemingenSchending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van grote ondernemingenGeen

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 20 en 21; verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, overweging 8 en art. 74, lid 3; verordening nr. 340/2008 van de Commissie, overweging 9 en art. 2)

(zie punten 117‑119)

10. Harmonisatie van de wetgevingenRegistratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffenREACH-verordeningAan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verschuldigde vergoedingenVergoeding voor administratieve kosten die is geïnd van een onderneming die tevergeefs heeft verzocht om een lagere vergoeding of een vrijstellingVoorwerp

(Verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, overweging 8 en art. 74, lid 3; verordening nr. 340/2008 van de Commissie, overweging 9)

(zie punten 120‑122)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van, ten eerste, besluit SME (2016) 2851 van het ECHA van 23 juni 2016 waarbij is vastgesteld dat de verzoekende partij niet voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief voor het middenbedrijf en haar een vergoeding voor administratieve kosten is opgelegd; ten tweede, de facturen nr. 10058238 en nr. 10058239 van het ECHA, gehecht aan besluit SME (2016) 2851, en, ten derde, besluit MB/43/2014 van de raad van bestuur van het ECHA van 4 juni 2015, houdende wijziging van besluit MB/D/29/2010, zoals gewijzigd door besluit MB/21/2012, betreffende de classificatie van de diensten waarvoor rechten worden geïnd

Dictum

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Przedsiębiorstwo Energetyki Cieplnej sp. z o.o. wordt verwezen in de kosten, met inbegrip van de kosten in kort geding.