Home

Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 31 mei 2018

Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 31 mei 2018

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
31 mei 2018

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 31 mei 2018 –
Consorzio di garanzia dell’olio extra vergine di oliva di qualità/Commissie

(Zaak T‑163/17)

"„Niet-contractuele aansprakelijkheid - Gelijktijdige campagnes ter promotie van olijfolie in derde landen, waarvan de een is gefinancierd door het ELGF en bedoeld voor de promotie van Europese olijfolie en de ander is gefinancierd door het EFRO en is bedoeld voor de promotie van Spaanse olijfolie - Gebrek aan coördinatie tussen de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de twee programma’s - Materiële schade - Marktverlies en gederfde winst - Immateriële schade - Aantasting van het bedrijfsimago”"

1. Niet-contractuele aansprakelijkheidVoorwaardenOnrechtmatigheidSchadeCausaal verbandOntbreken van een van de voorwaardenVerwerping van het beroep tot schadevergoeding in zijn geheel

(Art. 340 VWEU)

(zie punten 32‑34, 81)

2. Niet-contractuele aansprakelijkheidVoorwaardenNormatieve handeling die economische beleidskeuzen impliceertVoldoende gekwalificeerde schending van een hogere rechtsregel die rechten aan particulieren verleentVereiste van kennelijke en ernstige overschrijding van de grenzen van de ruime beoordelingsvrijheid van de Uniewetgever

(Art. 340 VWEU)

(zie punt 37)

3. LandbouwGemeenschappelijk landbouwbeleidFinanciering door het ELGF en het EFROGelijktijdige campagnes ter promotie van olijfolie in derde landen, waarvan de een is gefinancierd door het ELGF en bedoeld voor de promotie van Europese olijfolie en de ander is gefinancierd door het EFRO en is bedoeld voor de promotie van Spaanse olijfolieGebrek aan coördinatie tussen de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de twee programma’sSchending van het non-discriminatiebeginselGeen

(Art. 18 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 21; verordening nr. 3/2008 van de Commissie)

(zie punten 42‑47, 52, 57)

4. LandbouwGemeenschappelijk landbouwbeleidFinanciering door het ELGF en het EFROGelijktijdige campagnes ter promotie van olijfolie in derde landen, waarvan de een is gefinancierd door het ELGF en bedoeld voor de promotie van Europese olijfolie en de ander is gefinancierd door het EFRO en is bedoeld voor de promotie van Spaanse olijfolieGebrek aan coördinatie tussen de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de twee programma’sSchending van het beginsel van behoorlijk bestuurGeen

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41)

(zie punten 76, 77, 79)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 268 VWEU om vergoeding van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van in wezen een gebrek aan coördinatie van de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de door Europese fondsen medegefinancierde campagnes ter promotie van Europese en Spaanse olijfolie in derde landen (India, Rusland, China), alsmede het feit dat de concurrentieverstoring en de schadelijke gevolgen die daaruit zouden zijn voortgevloeid, niet ongedaan zijn gemaakt

Dictum

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Consorzio di garanzia dell’olio extra vergine di oliva di qualità draagt zijn eigen kosten.

3) De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen.