Home

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 20 januari 2021

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 20 januari 2021

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
20 januari 2021

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 20 januari 2021 – Jareš Procházková en Jareš/EUIPO – Elton Hodinářská (MANUFACTURE PRIM 1949)

(Zaak T-656/18)

"„Uniemerk - Nietigheidsprocedure - Uniebeeldmerk MANUFACTURE PRIM 1949 - Geen krachtens het nationale recht verkregen ouder recht - Artikel 52, lid 2, onder c), van verordening (EG) nr. 40/94 [thans artikel 60, lid 2, onder c), van verordening (EU) 2017/1001]”"

1. UniemerkBeroepsprocedureBeroep bij de UnierechterBevoegdheid van het GerechtToetsing van de rechtmatigheid van de beslissingen van de kamers van beroepInaanmerkingneming door het Gerecht van elementen, feitelijke en rechtens, die niet eerder voor de instanties van het Bureau zijn aangedragenUitgesloten

(Verordening 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad, art. 72)

(zie punt 16)

2. Beroep tot nietigverklaringVoorwerpBesluit gebaseerd op meerdere redeneringen, die elk volstaan als grondslag voor het dispositiefNietigverklaring van een dergelijk besluitVoorwaarden

(Art. 263 VWEU)

(zie punt 19)

3. UniemerkAfstand, verval en nietigheidRelatieve nietigheidsgrondenMerk waarvan het gebruik kan worden verboden op grond van een ander ouder rechtToezicht door de bevoegde instanties van het Bureau en door het Gerecht met betrekking tot het toepasselijke nationale rechtOmvang

(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 52, lid 2; verordening nr. 2868/95 van de Commissie, art. 1, regel 37)

(zie punten 24-27)

4. UniemerkProcedurevoorschriftenAmbtshalve onderzoek van de feitenZorgvuldigheidsplicht

Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 74, lid 1)

(zie punt 63)

5. UniemerkProcedurevoorschriftenAmbtshalve onderzoek van de feitenNietigheidsprocedure inzake relatieve weigeringsgrondenOppervlakkig onderzoek van de bewijzen of niet-inaanmerkingneming van bepaalde bewijzen door het BureauGeen schending van artikel 74 van verordening nr. 40/94

(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 74, lid 1)

(zie punt 67)

6. UniemerkProcedurevoorschriftenMotivering van de beslissingenArtikel 73, eerste zin, van verordening nr. 40/94Draagwijdte identiek aan die van artikel 296 VWEUImpliciete motivering door de kamer van beroepToelaatbaarheidVoorwaarden

(Art. 296 VWEU; verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 73)

(zie punten 68-71)

7. UniemerkAfstand, verval en nietigheidRelatieve nietigheidsgrondenMerk waarvan het gebruik kan worden verboden op grond van een ander ouder rechtAuteursrechtBeeldmerk MANUFACTURE PRIM 1949

[Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 52, lid 2, c)]

(zie punten 75-81, 85)

Voorwerp

Beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 7 september 2018 (zaak R 1159/2017‑4) inzake een nietigheidsprocedure tussen Jareš Procházková en Jareš, enerzijds, en Elton Hodinářská, anderzijds

Dictum

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Hana Jareš Procházková en Antonín Jareš worden verwezen in hun eigen kosten en in die van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO).

3) Elton Hodinářská a.s. zal haar eigen kosten dragen.