Home

Zaak T-610/18: Beroep ingesteld op 9 oktober 2018 — ZR/EUIPO

Zaak T-610/18: Beroep ingesteld op 9 oktober 2018 — ZR/EUIPO

17.12.2018

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/28


Beroep ingesteld op 9 oktober 2018 — ZR/EUIPO

(Zaak T-610/18)

(2018/C 455/37)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: ZR (vertegenwoordigers: S. Rodrigues en A. Blot, advocaten)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Conclusies

nietigverklaring van het besluit van de jury van 1 december 2017 om de verzoekende partij niet op de „reservelijst”, dat wil zegen de databank van geslaagde kandidaten, te plaatsen van vergelijkend onderzoek EUIPO/AD/01/17 — AD 6 — Administrateurs op het gebied van de intellectuele eigendom;

voor zover nodig, nietigverklaring van het besluit van de jury van 7 maart 2018 tot afwijzing van het verzoek om herziening van de verzoekende partij;

voor zover nodig, nietigverklaring van het besluit van de uitvoerend directeur van EUIPO van 27 juni 2018, waarvan is kennisgegeven op 29 juni 2018, tot afwijzing van de klacht van de verzoekende partij;

verwijzing van de verwerende partij in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan schending van de artikelen 27 en 29 van het Statuut en van artikel 1, onder a) en c), van bijlage III bij het Statuut.

2.

Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 30 van het Statuut en van artikel 3 van bijlage III daarbij alsmede van artikel 3 van bijlage III bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek („algemene regels voor vergelijkende onderzoeken”).

De verzoekende partij beroept zich in dit verband op de onregelmatige benoeming van de leden van de jury.

De verzoekende partij verwijst voorts naar het gebrek aan bekendmaking van de besluiten tot benoeming van de jury en van de namen van alle leden daarvan.

De verzoekende partij beroept zich op de niet-gelijkwaardigheid voor wat betreft de vertegenwoordiging van het personeelscomité/het tot aanstelling bevoegd gezag in de jury.

Tevens beroept zij zich op een niet-gelijkwaardige vertegenwoordiging in die jury vanuit het oogpunt van genderevenwicht.

Tot slot stelt zij dat het beginsel van stabiliteit en van continuïteit van de jury is geschonden.

3.

Derde middel, ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling.

4.

Vierde middel, ontleend aan kennelijke beoordelingsfouten, niet-nakoming van de motiveringsplicht en gebrek aan transparantie.

De verzoekende partij stelt dat de jury geen rekening heeft gehouden met bepaalde feiten en verwijst in dat verband naar de beoordeling door de jury van bevoegdheden zoals omschreven in de aankondiging van vergelijkend onderzoek.

De verzoekende partij betoogt dat bepaalde, in het competentiepaspoort gespecificeerde resultaten niet in overeenstemming waren met de aankondiging van vergelijkend onderzoek en voert in dat opzicht een gebrek aan transparantie aan.

Voorts stelt de verzoekende partij dat het competentiepaspoort tegenstrijdige verklaringen bevatte.