Elke partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om de volgende feiten, indien opzettelijk begaan, strafbaar te stellen krachtens haar nationale wetgeving:
-
de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze voorwerpen opbrengsten [uit delicten] zijn, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij het begaan van het basisdelict is betrokken, te helpen te ontkomen aan de wettelijke gevolgen van zijn daden;
-
het verhelen of verhullen van de werkelijke aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing, rechten op of de eigendom van voorwerpen, wetende dat deze voorwerpen opbrengsten [uit delicten] zijn;
en met inachtneming van haar grondwettelijke beginselen en de basisbegrippen van haar rechtsstelsel:
[...]