Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 28 mei 2020
Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 28 mei 2020
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 28 mei 2020
Uitspraak
Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 28 mei 2020 –
Commissie/Bulgarije (Onderzoeksorgaan voor de spoorwegen)
(Zaak C‑33/19)(1)
"„Niet-nakoming - Spoorwegveiligheid - Richtlijn 2004/49/EG - Artikel 21, leden 1 en 2 - Verzuim om de bepalingen vast te stellen die nodig zijn om de organisatorische onafhankelijkheid van het onderzoeksorgaan en zijn autonome toegang tot toereikende middelen te waarborgen”"
1. VervoerSpoorwegvervoerVeiligheid van de communautaire spoorwegenRichtlijn 2004/49Onderzoeken van ongevallen en incidentenOnderzoeksorgaanVerplichting tot onafhankelijkheidNationale regeling die de procedures voor de benoeming en de evaluatie van de leden van het onderzoeksorgaan onvoldoende regelt en die niet waarborgt dat dit orgaan onafhankelijk is van de infrastructuurbeheerder die hiërarchisch ondergeschikt is aan de minister van VervoerGeen organisatorische onafhankelijkheidNiet-nakoming
(Richtlijn 2004/49 van het Europees Parlement en de Raad, art. 21, lid 1)
(zie punten 50, 62, 84‑92, 101, 122, dictum 1)
2. Beroep wegens niet-nakomingOnderzoek van de gegrondheid door het HofSituatie die in aanmerking moet worden genomenSituatie bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 258 VWEU)
(zie punten 78, 79, 110, 111)
3. Beroep wegens niet-nakomingVoorwerp van het gedingInleidend verzoekschriftCoherente en gedetailleerde uiteenzetting van grievenOntbrekenNiet-ontvankelijkheid
[Art. 258 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 120, c)]
(zie punten 80‑83)
4. VervoerSpoorwegvervoerVeiligheid van de communautaire spoorwegenRichtlijn 2004/49Onderzoeken van ongevallen en incidentenOnderzoeksorgaanVerplichting tot onafhankelijkheidNationale regeling op grond waarvan elk onderzoek wordt afgesloten doordat een eindverslag wordt overgezonden aan de minister van VervoerToelaatbaarheid
(Richtlijn 2004/49 van het Europees Parlement en de Raad, art. 21, lid 1, en art. 23, leden 1 en 2)
(zie punten 94, 97‑100)
5. VervoerSpoorwegvervoerVeiligheid van de communautaire spoorwegenRichtlijn 2004/49Onderzoeken van ongevallen en incidentenOnderzoeksorgaanVerplichting tot onafhankelijkheidGrenzenPersoneel en begroting van het orgaanNationale regeling op grond waarvan de ontwerpbegroting van het onderzoeksorgaan wordt opgesteld door een persoon die hiërarchisch ondergeschikt is aan de minister van VervoerGeen financiële onafhankelijkheidNiet-nakoming
(Richtlijn 2004/49 van het Europees Parlement en de Raad, art. 21, lid 2)
(zie punten 112‑122, dictum 1)
Dictum
1) Door niet de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te waarborgen dat het onderzoeksorgaan organisatorisch onafhankelijk is van de infrastructuurbeheerder die onder het toezicht staat van de minister van Vervoer, Informatietechnologie en Communicatie en dat dit orgaan niet afhankelijk is van deze beheerder voor de toegang tot de benodigde financiële middelen om zijn taken te verrichten, is de Republiek Bulgarije de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 21, leden 1 en 2, van richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (spoorwegveiligheidsrichtlijn).
2) De Republiek Bulgarije wordt verwezen in de kosten.