Arrest van het Hof (Negende kamer) van 29 april 2021
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 29 april 2021
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 29 april 2021
Uitspraak
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 29 april 2021 – Fortischem/Commissie
(zaak C‑890/19 P)(1)
"„Hogere voorziening - Staatssteun - Voordeel - Terugvordering - Economische continuïteit”"
1. Steunmaatregelen van de statenBegripToekenning van een voordeel aan de begunstigdenToepassing op strategische insolvabele ondernemingen van een regeling die afwijkt van het gemene faillissementsrechtDaaronder begrepenVoorwaardenVerplichting voor de curator om de activiteiten van de onderneming ondanks haar economische situatie voort te zetten en ongerechtvaardigd collectief ontslag te voorkomenDaaronder begrepen
(Art. 107, lid 1, VWEU)
(zie punten 32, 42‑44)
2. Beroep tot nietigverklaringBevoegdheid van de UnierechterUitlegging van de motivering van een bestuurshandelingGrenzenVervanging van de motivering van de instelling die de bestreden handeling heeft vastgesteld door die van de UnierechterOntoelaatbaarheid
(Art. 263 en 264 VWEU)
(zie punten 48‑50)
3. Steunmaatregelen van de statenTerugvordering van onrechtmatige steunBepaling van de schuldenaar in geval van overdracht van activaBegunstigde onderneming die inmiddels failliet is gegaanOprichting van een nieuwe onderneming met het oog op de voortzetting van haar activiteitenTerugbetaling ten laste van de nieuwe ondernemingVoorwaardenCriterium van de economische continuïteit van de ondernemingFactoren die in aanmerking moeten worden genomen
(Art. 108, lid 2, VWEU)
(zie punten 58, 59, 79, 80, 86‑88, 96‑100)
4. Hogere voorzieningMiddelenOnjuiste beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaalNiet-ontvankelijkheidToetsing door het Hof van de beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaalUitgesloten, behoudens het geval van een onjuiste opvattingMiddel inzake onjuiste opvatting van de feitenNoodzaak om de onjuist opgevatte elementen precies aan te geven en om de analysefouten die tot deze onjuiste opvatting hebben geleid, te bewijzen
[Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 168, lid 1, d)]
(zie punten 69‑71)
5. Hogere voorzieningMiddelenMiddel dat wordt voorgedragen tegen een rechtsoverweging van het arrest die niet noodzakelijk is voor de onderbouwing van het dictumFalend middel
(zie punten 102, 103, 110)
Dictum
1) De hogere voorziening wordt afgewezen.
2) Fortischem a.s. draagt behalve haar eigen kosten de kosten van de Europese Commissie en die van AlzChem AG.