Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 26 september 2019
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 26 september 2019
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 26 september 2019
Uitspraak
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 26 september 2019 –
Wallonische Region
(Zaak C‑315/19)
"„Prejudiciële verwijzing - Vrij verkeer van werknemers - Wegverkeer - Registratie van motorvoertuigen - Bestuurder die in een lidstaat woont - In een andere lidstaat geregistreerd voertuig - Voertuig dat aan de werknemer door zijn in die andere lidstaat gevestigde werkgever ter beschikking is gesteld - Verplichting om bij een controle onmiddellijk te bewijzen dat het voertuig rechtmatig wordt gebruikt - Evenredigheid”"
Vrij verkeer van personenWerknemersBeperkingenWerknemers die op het nationale grondgebied wonen en in een andere lidstaat werkenGebruik van een voertuig met een buitenlands kentekenNationale regeling volgens welke het op straffe van een geldboete verplicht is om onmiddellijk te bewijzen dat het voertuig rechtmatig wordt gebruiktOntoelaatbaarheidRechtvaardigingGeenSchending van het evenredigheidsbeginsel
(Art. 45 VWEU)
(zie punten 23, 27‑31, 33‑36 en dictum)
Dictum
Artikel 45 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een regeling van een lidstaat op grond waarvan een in die lidstaat woonachtige werknemer zich uitsluitend kan beroepen op een uitzondering op de verplichting een voertuig dat hem door zijn in een andere lidstaat gevestigde werkgever ter beschikking is gesteld en dat daar is geregistreerd, in de lidstaat waar hij woont te laten registreren, indien hij de documenten waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van deze uitzondering altijd meeneemt in het voertuig.