Tenzij anders is bepaald, met name in overeenkomstig artikel [218 VWEU] gesloten overeenkomsten, zijn de bepalingen inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en etikettering als vastgesteld in titel III, hoofdstukken III en IV, in voorkomend geval, en artikel 25, lid 2, van deze verordening van toepassing op in de Gemeenschap ingevoerde producten van de GN-codes 2009 61, 2009 69 en 2204.
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 28 april 2022
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 28 april 2022
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 28 april 2022
Uitspraak
Arrest van het Hof (Eerste kamer)
28 april 2022(*)
"„Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten - Wijn - Verordening (EU) nr. 1308/2013 - Afzetvoorschriften - Artikel 80 - Oenologische procedés - Verbod op het in de handel brengen - Artikel 90 - Invoer van wijn - Verordening (EG) nr. 555/2008 - Artikel 43 - Document V I 1 - Certificaat blijkens hetwelk partijen wijn zijn bereid volgens aanbevolen of toegestane oenologische procedés - Bewijswaarde - Verordening (EU) nr. 1306/2013 - Artikel 89, lid 4 - Sancties - Handel in wijn die afkomstig is uit een derde land - Wijn die volgens niet-toegestane oenologische procedés is bereid - Vrijstelling van aansprakelijkheid - Bewijslast”"
In zaak C‑86/20,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Krajský soud v Brně (rechter in eerste aanleg Brno, Tsjechië) bij beslissing van 14 januari 2020, ingekomen bij het Hof op 18 februari 2020, in de procedure
Vinařství U Kapličky s. r. o.
tegenStátní zemědělská a potravinářská inspekce,
HET HOF (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: L. Bay Larsen (rapporteur), vicepresident van het Hof, waarnemend voor de president van de Eerste kamer, J.‑C. Bonichot en M. Safjan, rechters,
advocaat-generaal: A. Rantos,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
-
Vinařství U Kapličky s. r. o., vertegenwoordigd door V. Mihalík, advokát,
-
de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door M. Smolek, J. Vláčil en J. Pavliš als gemachtigden,
-
de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door C. Gerardis, avvocato dello Stato,
-
de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B. Hofstötter en K. Walkerová als gemachtigden,
-
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 2 september 2021,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, wat betreft de steunprogramma’s, de handel met derde landen, het productiepotentieel en de controles in de wijnsector (PB 2008, L 170, blz. 1).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Vinařství U Kapličky s. r. o. en de Státní zemědělská a potravinářská inspekce, ústřední inspektorát (centrale dienst van de nationale inspectieautoriteit voor landbouwproducten en levensmiddelen, Tsjechië; hierna: „centrale inspectie”) over de boete die deze laatste aan die onderneming heeft opgelegd omdat zij uit Moldavië afkomstige partijen wijn die volgens niet door het Unierecht toegestane oenologische procedés zijn bereid, in het verkeer heeft gebracht.
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
Verordening nr. 479/2008
3 Artikel 82 van verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999 (PB 2008, L 148, blz. 1) bepaalde:
„1.2.Tenzij anders is bepaald in overeenkomstig artikel [218 VWEU] gesloten overeenkomsten, worden de in lid 1 van dit artikel bedoelde producten geproduceerd overeenkomstig oenologische procedés die worden aanbevolen en gepubliceerd door de [Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding] of zijn toegestaan door de Gemeenschap op grond van deze verordening en de uitvoeringsbepalingen ervan.
3.Voor de invoer van de in artikel 1 bedoelde producten worden de volgende documenten overgelegd:
een bewijs van naleving van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen, dat in het land van herkomst van het product is opgesteld door een bevoegd orgaan dat is opgenomen in een door de Commissie te publiceren lijst;
met betrekking tot voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde producten, een analyseverslag dat is opgesteld door een door het land van herkomst van het product aangewezen orgaan of dienst.”
4 Deze verordening is ingetrokken bij verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot wijziging van verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB 2009, L 154, blz. 1).
5 In artikel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 491/2009 wordt verduidelijkt dat verwijzingen naar verordening nr. 479/2008 gelden als verwijzingen naar verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (PB 2007, L 299, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening nr. 491/2009 (hierna: „verordening nr. 1234/2007”) en worden gelezen volgens de respectieve concordantietabellen die zijn opgenomen in bijlage XXII bij verordening nr. 1234/2007.
6 Volgens de concordantietabel die is opgenomen in punt 47 van bijlage XXII bij verordening nr. 1234/2007 komt artikel 82 van verordening nr. 479/2008 overeen met artikel 158 bis van verordening nr. 1234/2007.
Verordening nr. 555/2008
7 Artikel 1 van verordening nr. 555/2008 bepaalde in lid 1:
„Deze verordening bevat de uitvoeringsbepalingen voor de volgende bepalingen van [verordening nr. 479/2008]:
[...]
b) handel met derde landen (titel IV);
[...]”
8 Artikel 40 van verordening nr. 555/2008 luidde:
„Het certificaat en het analyseverslag, als bedoeld in artikel 82, lid 3, onder a), respectievelijk onder b), van [verordening nr. 479/2008] vormen samen één document, waarvan:
het certificaatgedeelte wordt opgesteld door een instantie van het derde land waaruit de producten afkomstig zijn;
het gedeelte dat betrekking heeft op het analyseverslag wordt opgesteld door een officieel laboratorium dat is erkend door het derde land waaruit de producten afkomstig zijn.”
9 Artikel 43, lid 1, van verordening nr. 555/2008 luidde als volgt:
„Voor iedere partij die bestemd is om in de Gemeenschap te worden ingevoerd, worden het certificaat en het analyseverslag op eenzelfde document V I 1 opgesteld.
Het in de eerste alinea bedoelde document wordt opgesteld op een formulier V I 1 volgens het model in bijlage IX. Het wordt ondertekend door een ambtenaar van een officiële instantie en een ambtenaar van een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 48.”
10 Artikel 47, lid 1, eerste alinea, van deze verordening bepaalde:
„Het origineel en de kopie van het document V I 1 of van het uittreksel V I 2 worden bij de vervulling van de douaneformaliteiten om de betrokken partij in het vrije verkeer te brengen, afgegeven aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan deze verrichting plaatsheeft.”
11 In vak 9, „Attest”, van modelformulier V I 1 in bijlage IX bij die verordening stond het volgende:
„Het hierboven omschreven product [...] ☐ is / ☐ is niet bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie, voldoet aan de communautaire definities en wijncategorieën en is bereid volgens oenologische procedés [...] ☐ die zijn aanbevolen en gepubliceerd door de [Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding] / ☐ toegestaan door de Gemeenschap.
Naam en adres van de officiële instantie: Plaats en datum:
Handtekening, naam en functie van de bevoegde ambtenaar: Stempel:”
12 Gedelegeerde verordening (EU) 2018/273 van de Commissie van 11 december 2017 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, het wijnbouwkadaster, begeleidende documenten en certificering, het in- en uitslagregister, de verplichte opgaven, meldingen en de bekendmaking van meegedeelde informatie, tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles en sancties, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 555/2008, (EG) nr. 606/2009 en (EG) nr. 607/2009 van de Commissie en tot intrekking van verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie en gedelegeerde verordening (EU) 2015/560 van de Commissie (PB 2018, L 58, blz. 1), heeft volgens artikel 52 ervan onder meer de artikelen 1 en 38 tot en met 54 van verordening nr. 555/2008 en bijlage IX daarbij ingetrokken.
13 Volgens artikel 56 van gedelegeerde verordening 2018/273 treedt deze verordening in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Verordening nr. 1306/2013
14 Artikel 64 van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 549, met rectificatie in PB 2016, L 130, blz. 13) bepaalt in de leden 1 en 2:
„1.Dit artikel is van toepassing op de administratieve sancties bedoeld in artikel 63, lid 2, in geval van niet-naleving met betrekking tot de subsidiabiliteitscriteria, de normen of andere verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van de sectorale landbouwwetgeving, met uitzondering van de gevallen bedoeld in onderhavige titel, hoofdstuk II, de artikelen 67 tot en met 78, en titel VI, de artikelen 91 tot en met 101, en de gevallen waarin de sancties als bedoeld in artikel 89, leden 3 en 4, van toepassing zijn.
2.In de volgende gevallen worden geen administratieve sancties opgelegd:
de niet-naleving is toe te schrijven aan overmacht;
de niet-naleving is toe te schrijven aan kennelijke fouten, als bedoeld in artikel 59, lid 6;
de niet-naleving is toe te schrijven aan een fout van de bevoegde autoriteit of van een andere autoriteit, en de fout kon door de persoon aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, redelijkerwijs niet worden geconstateerd;
de betrokkene kan ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantonen dat hij of zij geen schuld heeft aan de niet-naleving van de in lid 1 genoemde verplichtingen, of de bevoegde autoriteit oordeelt anderszins dat de betrokkene geen schuld treft;
[...]”
15 Artikel 89, lid 4, van deze verordening luidt:
„Onverminderd krachtens artikel 64 vastgestelde rechtshandelingen betreffende de wijnsector passen de lidstaten, in geval van inbreuken op de voorschriften van de Unie in de wijnsector, administratieve sancties toe die evenredig, doeltreffend en afschrikkend zijn. Deze sancties worden niet toegepast in de in artikel 64, lid 2, onder a) tot en met d), genoemde gevallen en wanneer de niet-naleving van gering belang is.”
Verordening nr. 1308/2013
16 Artikel 80 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 671) bepaalt in de leden 1 tot en met 3:
„1.Voor de productie en de bewaring van de in bijlage [VII], deel II, opgenomen wijnbouwproducten in de Unie wordt uitsluitend gebruikgemaakt van de oenologische procedés die op grond van bijlage [VIII] zijn toegestaan en die worden bedoeld in artikel 75, lid 3, onder g), en in artikel 83, leden 2 en 3.
[...]
De toegestane oenologische procedés mogen slechts worden toegepast om een goede bereiding, een goede bewaring of een goede ontwikkeling van het product te waarborgen.
De in bijlage VII, deel II, opgenomen wijnbouwproducten worden in de Unie geproduceerd in overeenstemming met de in bijlage VIII vastgestelde voorschriften.
2.De in bijlage VII, deel II, opgenomen producten mogen in de volgende gevallen niet in de Unie in de handel worden gebracht:
indien zij met niet door de Unie toegestane oenologische procedés zijn geproduceerd;
indien zij met niet-toegestane nationale oenologische procedés zijn geproduceerd, of
indien zij niet in overeenstemming zijn met de in bijlage VIII vastgestelde voorschriften.
[...]
3.Wanneer de Commissie oenologische procedés voor wijn als bedoeld in artikel 75, lid 3, onder g) toestaat:
houdt zij rekening met de door de [Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding] aanbevolen en gepubliceerde oenologische procedés en analysemethoden en met de resultaten die zijn geboekt met het experimentele gebruik van vooralsnog niet-toegestane oenologische procedés;
[...]
neemt zij de algemene voorschriften inzake oenologische procedés en de in bijlage VIII vastgestelde voorschriften in acht.”
17 Artikel 90 van deze verordening luidt:
„1.Tenzij anders is bepaald in overeenkomstig het VWEU gesloten internationale overeenkomsten, zijn de bepalingen inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en etikettering van wijn, vastgesteld in afdeling 2 van dit hoofdstuk en in de in artikel 78 van deze verordening bedoelde definities, aanduidingen en verkoopbenamingen van toepassing op in de Unie ingevoerde producten die binnen de GN-codes 2009 61, 2009 69 en 2204 vallen.
2.Tenzij anders is bepaald in overeenkomstig het VWEU gesloten internationale overeenkomsten, worden de in lid 1 bedoelde producten geproduceerd overeenkomstig oenologische procedés die zijn toegestaan door de Unie op grond van deze verordening, of, voorafgaand aan de toestemming uit hoofde van artikel 80, lid 3, geproduceerd overeenkomstig oenologische procedés die worden aanbevolen en gepubliceerd door de [Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding].
3.Voor de invoer van de in lid 1 bedoelde producten worden de volgende documenten overgelegd:
een bewijs van naleving van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen, dat in het land van oorsprong van het product is opgesteld door een bevoegde instantie die is opgenomen in een door de Commissie te publiceren lijst;
met betrekking tot voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde producten, een analyseverslag dat is opgesteld door een door het land van oorsprong van het product aangewezen instantie of dienst.”
18 Artikel 230 van deze verordening bepaalt in de leden 1 en 2:
„1.[Verordening nr. 1234/2007] wordt ingetrokken.
[...]
2.Verwijzingen naar [verordening nr. 1234/2007] gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en naar [verordening nr. 1306/2013] volgens de concordantietabel in bijlage XIV bij de onderhavige verordening.”
19 In bijlage I bij verordening nr. 1308/2013 staat in deel XII:
„De in de onderstaande tabel opgenomen producten vallen onder de sector wijn:
GN-code |
Omschrijving |
|
a) |
2009 61 2009 69 |
Druivensap (druivenmost daaronder begrepen) |
[...] |
[...] |
|
b) |
ex 2204 |
Wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivenmost, andere dan bedoeld bij post 2009, met uitzondering van andere druivenmost van de onderverdelingen 2204 30 92, 2204 30 94, 2204 30 96 en 2204 30 98 |
[...] |
[...] |
[...] |
20 Bijlage VII bij deze verordening bepaalt in deel II, punt 1:
„Wijn
Onder ‚wijn’ wordt verstaan: het product dat uitsluitend wordt verkregen door gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting van al dan niet gekneusde verse druiven of van druivenmost.
[...]”
21 Bijlage VIII bij deze verordening heeft als opschrift „Oenologische procedés zoals bedoeld in artikel 80” en bepaalt in deel I, A:
„Maxima voor verrijking
Wanneer de weersomstandigheden zulks in bepaalde wijnbouwzones van de Unie noodzakelijk hebben gemaakt, kunnen de betrokken lidstaten een verhoging toestaan van het natuurlijke alcoholvolumegehalte van verse druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, jonge, nog gistende wijn en wijn die is verkregen uit wijndruivenrassen die overeenkomstig artikel 81 in een indeling mogen worden opgenomen.
Het natuurlijke alcoholvolumegehalte wordt volgens de in punt B genoemde oenologische procedés verhoogd en de verhoging mag de volgende maxima niet overschrijden:
3 % vol in wijnbouwzone A;
2 % vol in wijnbouwzone B;
1,5 % vol in de wijnbouwzone C.
[...]”
22 Bijlage VIII bij dezelfde verordening bepaalt in deel II:
„A. Algemeen
Bij alle toegestane oenologische procedés is de toevoeging van water uitgesloten, behalve in gevallen waarin dat om specifieke technische redenen noodzakelijk is.
[...]
C. Vermenging van wijn
Het versnijden van wijn van oorsprong uit een derde land met wijn uit de Unie en het versnijden van wijnen van oorsprong uit derde landen in de Unie is verboden.
[...]”
23 Volgens de concordantietabel in bijlage XIV bij verordening nr. 1308/2013, komt artikel 158 bis van verordening nr. 1234/2007 overeen met artikel 90 van verordening nr. 1308/2013.
Tsjechisch recht
24 § 39, lid 1, onder ff), van zákon č. 321/2004 Sb., o vinohradnictví a vinařství (wet nr. 321/2004 op de wijnbouw en de wijnbereiding) bepaalt in de op het hoofdgeding toepasselijke versie:
„Een rechtspersoon of natuurlijke persoon begaat een administratieve overtreding wanneer hij als fabrikant of als persoon die een product in de handel brengt, een verplichting niet nakomt die is vastgesteld in de [bepalingen van de Europese Unie] betreffende de wijnbouw, de wijnbereiding en de handel in producten [in de wijnsector].”
25 Artikel 40, lid 1, van de wet op de wijnbouw en de wijnbereiding bepaalt:
„Een rechtspersoon is niet aansprakelijk voor een administratieve overtreding wanneer hij aantoont dat hij alles heeft gedaan wat van hem kon worden verwacht om plichtsverzuim te voorkomen.”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
26 Bij besluit van 14 januari 2016 heeft de Státní zemědělská a potravinářská inspekce, Inspektorát v Brně (nationale inspectieautoriteit voor landbouwproducten en levensmiddelen – afdeling Brno, Tsjechië) Vinařství U Kapličky een boete opgelegd van 2 100 000 Tsjechische kroon (CZK) (ongeveer 80 000 EUR) en deze onderneming verzocht de voor de laboratoriumanalyse gemaakte kosten ten belope van 86 420 CZK (ongeveer 3 000 EUR) te vergoeden, op grond dat zij uit Moldavië ingevoerde partijen wijn in Tsjechië in de handel had gebracht die in strijd met artikel 80, lid 2, onder a), van verordening nr. 1308/2013 waren bereid volgens niet-toegestane oenologische procedés of die, in een aantal gevallen, in strijd met artikel 80, lid 2, onder c), van deze verordening niet voldeden aan de voorschriften van bijlage VIII bij deze verordening.
27 Na laboratoriumtesten op monsters die werden afgenomen tijdens een controle bij Vinařství U Kapličky heeft de nationale inspectieautoriteit voor landbouwproducten en levensmiddelen – afdeling Brno geconstateerd dat de betrokken partijen wijn in meerdere of mindere mate niet voldeden aan de voor de toegestane oenologische procedés geldende vereisten, onder meer omdat het natuurlijke alcoholvolumegehalte was verhoogd met meer dan het toegestane maximum van 3 % vol.
28 Bij besluit van 4 augustus 2016 heeft de centrale inspectie het administratieve beroep verworpen dat Vinařství U Kapličky tegen het besluit van 14 januari 2016 had ingesteld.
29 Vinařství U Kapličky heeft tegen het besluit van 4 augustus 2016 beroep ingesteld bij de Krajský soud v Brně (rechter in eerste aanleg Brno, Tsjechië) en onder meer betoogd dat de centrale inspectie haar had moeten vrijstellen van haar aansprakelijkheid voor de overtredingen die haar werden verweten in verband met de documenten V I 1 die de bevoegde Moldavische autoriteiten overeenkomstig verordening nr. 555/2008 hadden opgesteld voor de betrokken partijen wijn.
30 Op 26 april 2018 heeft de Krajský soud v Brně het besluit van de centrale inspectie van 4 augustus 2016 nietig verklaard en de zaak terugverwezen naar die inspectie. Die rechter was van oordeel dat in beginsel niet viel uit te sluiten dat Vinařství U Kapličky zich kon bevrijden van haar aansprakelijkheid voor de overtredingen die haar werden verweten in verband met de door de bevoegde Moldavische autoriteiten opgestelde documenten V I 1 en dat de centrale inspectie andere omstandigheden in aanmerking had moeten nemen om te bepalen of die onderneming moest worden vrijgesteld van haar aansprakelijkheid voor de haar verweten inbreuken.
31 De centrale inspectie heeft tegen dat arrest cassatieberoep ingesteld.
32 Op 16 augustus 2018 heeft de Nejvyšší správní soud (hoogste bestuursrechter, Tsjechië) het arrest van de Krajský soud v Brně vernietigd en de zaak terugverwezen naar deze laatste, op grond dat het document V I 1 louter een administratieve formaliteit is voor de invoer van de betrokken partijen wijn in de Unie en de overlegging ervan niet volstaat om de persoon die deze partijen verhandelt, vrij te stellen van zijn aansprakelijkheid voor de gelaakte overtredingen.
33 Na dat arrest heeft de Krajský soud v Brně op 21 november 2018 het door Vinařství U Kapličky tegen het besluit van de centrale inspectie van 4 augustus 2016 ingestelde beroep verworpen.
34 Vinařství U Kapličky heeft tegen dit arrest van de Krajský soud v Brně cassatieberoep en beroep bij de grondwettelijke rechter ingesteld.
35 Op 27 maart 2019 heeft de Nejvyšší správní soud het cassatieberoep afgewezen.
36 De Ústavní soud (grondwettelijk hof, Tsjechië) daarentegen heeft bij arrest van 5 september 2019 vastgesteld dat het recht van Vinařství U Kapličky op een eerlijk proces was geschonden doordat de Nejvyšší správní soud haar argument over het dwingende karakter van het certificaat in het document V I 1 had afgewezen zonder eerst overeenkomstig artikel 267 VWEU een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof.
37 Derhalve heeft de Krajský soud v Brně de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:
Is het document V I 1, dat wordt afgegeven krachtens [verordening nr. 555/2008] en dat een certificaat van een erkende instantie van het derde land omvat waarin wordt bevestigd dat het product is bereid overeenkomstig oenologische procedés die zijn aanbevolen en gepubliceerd door de [Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding] of zijn toegestaan door de [Unie], slechts een administratieve voorwaarde voor de invoer van wijn op het grondgebied van de [Unie]?
Verzet het Unierecht zich tegen een regel van nationaal recht krachtens welke een persoon die handelt in uit Moldavië ingevoerde wijn zich kan bevrijden van aansprakelijkheid voor een administratieve overtreding die verband houdt met het in de handel brengen van wijn waarop oenologische procedés zijn toegepast die niet zijn toegestaan in de Unie, indien de nationale autoriteiten het vermoeden dat de wijn is geproduceerd overeenkomstig door de Unie toegestane oenologische procedés jegens deze persoon niet hebben weerlegd, zodat deze persoon van dit vermoeden kon uitgaan in het licht van het document V I 1 dat door de Moldavische autoriteiten is afgegeven krachtens [verordening nr. 555/2008]?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
Eerste vraag
38 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 80, lid 2, onder a) en c), en artikel 90, lid 3, onder a), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het certificaat dat is opgenomen in een document V I 1 dat overeenkomstig artikel 43 van verordening nr. 555/2008 wordt opgesteld voor een partij wijn die in de Unie wordt ingevoerd en waaruit blijkt dat de partij wijn is bereid volgens door de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding (hierna: „OIV”) aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés, relevant is bij de beoordeling of deze partij in overeenstemming is met de toegestane oenologische procedés als bedoeld in artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013.
39 Om te beginnen zij erop gewezen dat verordening nr. 555/2008 blijkens artikel 1, lid 1, onder b), ervan tot doel had de uitvoeringsbepalingen voor een aantal bepalingen van verordening nr. 479/2008 vast te stellen, waaronder die op het gebied van de handel met derde landen.
40 Voorts zijn verschillende bepalingen van verordening nr. 555/2008, waaronder de artikelen 1 en 38 tot en met 54 en bijlage IX, weliswaar ingetrokken bij artikel 52 van gedelegeerde verordening 2018/273, maar waren zij nog van kracht toen het document V I 1 werd opgesteld en de partijen wijn in het hoofdgeding werden ingevoerd in de Unie, zodat die bepalingen relevant kunnen zijn voor het antwoord op de gestelde vragen.
41 Artikel 40 van verordening nr. 555/2008, dat was opgenomen in hoofdstuk II, „Bij invoer voor te leggen certificaten en analyseverslagen voor wijn, druivensap en druivenmost”, van titel III, bepaalde dat het certificaat en het analyseverslag als bedoeld in artikel 82, lid 3, onder a), respectievelijk artikel 82, lid 3, onder b), van verordening nr. 479/2008 samen één document vormden, waarvan het certificaatgedeelte werd opgesteld door een instantie van het derde land waaruit de producten afkomstig waren.
42 Die bepaling verwees weliswaar naar artikel 82 van verordening nr. 479/2008, maar die verwijzing moet in het licht van artikel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 491/2009 en artikel 230, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 aldus worden begrepen als dat het op de datum van de feiten in het hoofdgeding handelde om het certificaat en het analyseverslag waarnaar respectievelijk artikel 90, lid 3, onder a), en artikel 90, lid 3, onder b), van verordening nr. 1308/2013 verwijzen.
43 Artikel 90 van verordening nr. 1308/2013 bepaalt in de leden 1 en 2 dat, tenzij anders is bepaald in overeenkomstig het VWEU gesloten internationale overeenkomsten, wijn moet worden geproduceerd overeenkomstig oenologische procedés die de Unie op grond van deze verordening heeft toegestaan of die, alvorens de Commissie ze op grond van artikel 80, lid 3, ervan toestaat, worden aanbevolen en gepubliceerd door de OIV.
44 Volgens artikel 90, leden 1 en 3, van verordening nr. 1308/2013 moet voor de invoer van wijn een bewijs van naleving van de in de leden 1 en 2, van dit artikel bedoelde bepalingen worden overgelegd dat in het land van oorsprong van het product is opgesteld door een bevoegde instantie die is opgenomen in een door de Commissie te publiceren lijst, alsook een analyseverslag opgesteld door een door het land van oorsprong van het product aangewezen instantie of dienst.
45 Dienaangaande moet worden opgemerkt dat artikel 43, lid 1, van verordening nr. 555/2008 in wezen bepaalde dat voor iedere partij die bestemd was om in de Unie te worden ingevoerd, dit certificaat en analyseverslag op eenzelfde document V I 1 moesten worden opgesteld, en dat dit document moest worden opgesteld aan de hand van een formulier V I 1 waarvan het model was opgenomen in bijlage IX bij deze verordening.
46 In vak 9, „Attest”, van dit model moest worden aangegeven of het betrokken product bestemd was voor rechtstreekse menselijke consumptie, voldeed aan de communautaire definities voor wijncategorieën en bereid was overeenkomstig door de OIV aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés.
47 Volgens artikel 47, lid 1, van verordening nr. 555/2008 moesten het origineel en de kopie van het document V I 1 of van het uittreksel V I 2, bij de vervulling van de douaneformaliteiten om de betrokken partij in het vrije verkeer te brengen, worden afgegeven aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan deze verrichting plaatsvond.
48 Blijkens de in de vorige punten geciteerde bepalingen ging het bij het in artikel 43, lid 1, van verordening nr. 555/2008 bedoelde document V I 1 om een document dat voor elke partij wijn die bestemd was om in de Unie te worden ingevoerd, moest worden opgesteld door een bevoegde instantie van het derde land waaruit de partij wijn afkomstig was en dat moest worden overgelegd bij het vervullen van de douaneformaliteiten om deze partij in het vrije verkeer te brengen.
49 Uit die bepalingen volgt tevens dat dit document de douaneautoriteiten in staat moest stellen te verifiëren of de partij voldeed aan de voorwaarden voor invoer in de Unie, inzonderheid de voorwaarde van artikel 90, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 betreffende de naleving van de door de Unie toegestane of de door de OIV aanbevolen en gepubliceerde oenologische procedés.
50 Derhalve moet ter beantwoording van de eerste vraag worden nagegaan of het document V I 1 die functie ook heeft bij de beoordeling of de betrokken partij bereid is volgens de oenologische procedés bedoeld in artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013.
51 In dit verband zij erop gewezen dat deze bepaling preciseert dat de in deel II van bijlage VII bij deze verordening opgenomen producten niet in de Unie in de handel mogen worden gebracht indien zij met niet door de Unie toegestane oenologische procedés zijn geproduceerd of niet in overeenstemming zijn met de in bijlage VIII bij deze verordening vastgestelde voorschriften.
52 Wat ten eerste de producten betreft waarop dit verbod betrekking heeft, verwijst artikel 80, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 in algemene zin naar de producten die worden opgesomd in deel II van bijlage VII bij deze verordening, ongeacht van waar die producten afkomstig zijn.
53 In dit deel II, „Wijncategorieën”, gaat punt 1 over wijn.
54 Aangenomen moet dus worden dat het in artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013 bedoelde verbod op het in de handel brengen met name ziet op partijen wijn die worden ingevoerd uit derde landen.
55 Wat ten tweede de in die bepaling bedoelde oenologische procedés betreft, gewaagt artikel 80, lid 2, onder a), van verordening nr. 1308/2013 in het algemeen van niet door de Unie toegestane oenologische procedés.
56 Artikel 80, lid 2, onder c), van deze verordening refereert zijnerzijds naar de in bijlage VIII bij die verordening vastgestelde voorschriften.
57 Terwijl deel I van deze bijlage VIII in dit verband regels bevat voor onder meer de verrijkingsprocedés in bepaalde wijnbouwzones van de Unie, die dus enkel gelden voor partijen wijn die worden bereid in de Unie, staan in deel II van deze bijlage meer algemene regels, die ook gelden voor wijn uit derde landen.
58 Net als artikel 90, lid 2, van verordening nr. 1308/2103 bevat artikel 80, lid 2, onder a) en c), van deze verordening bijgevolg vereisten over het volgen van bepaalde oenologische procedés voor partijen wijn die met name afkomstig zijn uit derde landen doch waarbij de bij laatstgenoemde bepaling opgelegde vereisten niet gelden voor de invoer van die wijn maar voor het in de handel brengen ervan in de Unie.
59 Ook al verschillen de voorwaarden waarvan melding wordt gemaakt in artikel 80, lid 2, onder a) en c), respectievelijk artikel 90, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 – eerstgenoemde bepaling betreft het naleven van de door de Unie toegestane oenologische procedés en de in bijlage VIII bij deze verordening vastgestelde voorschriften, en laatstgenoemde bepaling betreft de oenologische procedés die door de Unie op grond van deze verordening zijn toegestaan of die, voordat de Commissie die procedés toestaat, worden aanbevolen en gepubliceerd door de OIV – aangenomen moet worden dat document V I 1 nuttig kan blijken om uit te maken of partijen in de Unie ingevoerde wijn voldoen aan de voorschriften van artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013.
60 Zoals uit punt 49 van dit arrest blijkt moet er in de eerste plaats immers op worden gewezen dat het certificaat in een document V I 1 dat overeenkomstig artikel 43 van verordening nr. 555/2008 wordt opgesteld voor een partij wijn die wordt ingevoerd in de Unie en dat aangeeft dat de partij wijn werd bereid volgens de door het Unierecht toegestane oenologische procedés, een zeker gewicht heeft bij de beoordeling of die partij in overeenstemming is met die oenologische procedés.
61 Bovendien blijkt uit artikel 90, lid 2, van verordening nr. 1308/2013, gelezen in samenhang met artikel 80, lid 3, ervan, dat het de Commissie is die op Unieniveau oenologische procedés toestaat op basis van laatstgenoemde bepaling.
62 Artikel 80, lid 3, onder f), van deze verordening preciseert dat de Commissie bij het toestaan van oenologische procedés de algemene voorschriften inzake oenologische procedés en de in bijlage VIII bij deze verordening vastgestelde voorschriften in acht neemt.
63 In de tweede plaats kan het certificaat in een document V I 1 dat overeenkomstig artikel 43 van verordening nr. 555/2008 wordt opgesteld voor een partij in de Unie ingevoerde wijn weliswaar enkel betrekking hebben op de overeenstemming van die partij met de oenologische procedés die worden aanbevolen en gepubliceerd door de OIV, maar het Hof heeft reeds geoordeeld dat de aanbevelingen van de OIV een bijzondere relevantie hebben voor de Unierechtelijke regels op het gebied van oenologische procedés (zie in die zin arrest van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C‑399/12, EU:C:2014:2258, punten 61‑64 ).
64 Derhalve moet worden geoordeeld dat een certificaat in een document V I 1 dat overeenkomstig artikel 43 van verordening nr. 555/2008 wordt opgesteld voor een partij wijn die wordt ingevoerd in de Unie en dat aangeeft dat de partij wijn is bereid volgens door de OIV aanbevolen en gepubliceerde of door het Unierecht toegestane oenologische procedés, een zekere relevantie heeft bij de beoordeling van de vraag of deze partij voldoet aan de voorschriften van artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013.
65 Daarbij moet evenwel worden geconstateerd dat uit artikel 90, lid 3, van deze verordening blijkt dat de Uniewetgever uitdrukkelijk heeft bepaald dat met een dergelijk certificaat kan worden geverifieerd of de betrokken partij wijn overeenstemt met de oenologische procedés waarnaar artikel 90, lid 2, verwijst, doch dat hij aan dat certificaat – dat trouwens door een instantie van een derde land wordt opgesteld – geen dergelijke werking heeft verleend waar het gaat om het verbod op het in de handel brengen waarin artikel 80, lid 2, onder a) en c), van deze verordening voorziet.
66 Daarnaast kan het feit dat een partij wijn niet aan de door het Unierecht toegestane oenologische procedés voldoet, zoals de advocaat-generaal in punt 39 van zijn conclusie opmerkt, evengoed het gevolg zijn van een gebeurtenis die plaatsvindt ná de afgifte van het document V I 1 voor die partij, zoals tijdens het vervoer ervan.
67 Aangezien het opnemen van een certificaat in het document V I 1, zoals artikel 43, lid 1, van verordening nr. 555/2008 daarin voorziet, door de bevoegde autoriteiten van het derde land van oorsprong van de partij wijn wordt verricht ter vervulling van de douaneformaliteiten die gelden voor de invoer ervan in de Unie, kan er redelijk wat tijd verstrijken tussen het moment waarop dit certificaat wordt opgesteld en het moment waarop de partij wijn op het grondgebied van de Unie in de handel wordt gebracht.
68 Gelet op een en ander kan er niet van worden uitgegaan dat het enkele feit dat er een dergelijk certificaat is afgegeven, het bewijs oplevert dat de wijn in overeenstemming is met de door het Unierecht toegestane oenologische procedés.
69 Uit alle voorgaande overwegingen volgt dat op de eerste vraag dient te worden geantwoord dat artikel 80, lid 2, onder a) en c), en artikel 90, lid 3, onder a), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het certificaat dat is opgenomen in een document V I 1 dat overeenkomstig artikel 43 van verordening nr. 555/2008 wordt opgesteld voor een partij wijn die in de Unie wordt ingevoerd en waaruit blijkt dat de partij wijn is bereid volgens door de OIV aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés, relevant is bij de beoordeling of deze partij in overeenstemming is met de toegestane oenologische procedés als bedoeld in artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013, zonder dat het evenwel op zich reeds volstaat om deze overeenstemming aan te tonen.
Tweede vraag
70 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of het Unierecht aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die bepaalt dat wanneer een persoon een partij wijn in deze lidstaat afzet die niet in overeenstemming is met de toegestane oenologische procedés in de zin van artikel 80, lid 2, onder a) of c), van verordening nr. 1308/2013 en hij voor deze partij wijn een document V I 1 overlegt waaruit blijkt dat deze werd bereid volgens door de OIV aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés, het aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat staat om te bewijzen dat die handelaar aansprakelijk is wegens schuld doordat hij het in artikel 80, lid 2, van deze verordening vastgestelde verbod op het in de handel brengen van dit product heeft geschonden.
71 Zoals in de punten 51 tot en met 57 van dit arrest is opgemerkt, verbiedt artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013 het in de Unie in de handel brengen van uit derde landen ingevoerde partijen wijn die met niet door de Unie toegestane oenologische procedés zijn geproduceerd of die niet in overeenstemming zijn met de in bijlage VIII bij deze verordening vastgestelde voorschriften.
72 Verder moeten de lidstaten volgens artikel 89, lid 4, van verordening nr. 1306/2013, in geval van inbreuken op de voorschriften van de Unie in de wijnsector, administratieve sancties toepassen die evenredig, doeltreffend en afschrikkend zijn. Daarbij wordt evenwel gepreciseerd dat deze sancties niet worden toegepast in de in artikel 64, lid 2, onder a) tot en met d), ervan genoemde gevallen of wanneer de niet-naleving van gering belang is.
73 Volgens artikel 64, lid 2, onder d), van deze verordening mogen de lidstaten geen sancties opleggen indien de betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit kan aantonen dat hij of zij geen schuld heeft aan de niet-naleving van de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichtingen, of indien die autoriteit anderszins oordeelt dat hij of zij geen schuld treft.
74 Uit een gezamenlijke lezing van artikel 64, lid 2, onder d), en artikel 89, lid 4, van verordening nr. 1306/2013 en artikel 80, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 volgt dus dat de lidstaten in evenredige, doeltreffende en afschrikkende sancties moeten voorzien voor elke niet-inachtneming van het in laatstgenoemde bepaling gestelde verbod op het in de handel brengen, maar dat dergelijke sancties niet kunnen worden opgelegd indien komt vast te staan dat de betrokkene daarvoor geen schuld treft.
75 Aangezien deze verordeningen geen specifiekere bepalingen over met name de bewijsvoering bevatten, is het krachtens het beginsel van procedurele autonomie een zaak van de interne rechtsorde van elke lidstaat om – mits de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid worden geëerbiedigd – te bepalen hoe het bewijs moet worden geleverd, welke bewijsmiddelen worden aanvaard, welke beginselen in acht moeten worden genomen bij de beoordeling van de bewijskracht van het bewijs en wat het vereiste bewijsniveau is (zie naar analogie arrest van 21 juni 2017, W e.a., C‑621/15, EU:C:2017:484, punten 24 en 25 ).
76 Daarbij zij evenwel aangetekend dat de nationale regels die aldus worden vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop het bewijs moet worden geleverd en beoordeeld, geen afbreuk mogen doen aan een regel voor de verdeling van de bewijslast waarin verordening nr. 1306/2013 uitdrukkelijk voorziet (zie naar analogie arrest van 21 juni 2017, W e.a., C‑621/15, EU:C:2017:484, punt 27 ).
77 Zo preciseert artikel 64, lid 2, onder d), van verordening nr. 1306/2013 dat het aan de persoon staat die wordt verweten het in artikel 80, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 gestelde verbod op het in de handel brengen te hebben geschonden, om aan te tonen dat hij geen schuld heeft aan de niet-naleving van dit verbod.
78 Bovendien bepaalt artikel 64, lid 2, onder d), van verordening nr. 1306/2013 weliswaar dat de bevoegde autoriteit geen sanctie mag opleggen indien zij anderszins oordeelt dat de betrokkene geen schuld treft, maar deze verplichting om de haar ter beschikking staande elementen in aanmerking te nemen kan geenszins impliceren dat het in beginsel aan haar staat om aan te tonen dat de persoon een fout heeft begaan voordat zij hem een sanctie kan opleggen.
79 In dit verband volgt uit de overwegingen in de punten 65 tot en met 68 van het onderhavige arrest dat de persoon die schending van het in artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013 gestelde verbod op het in de handel brengen wordt verweten, er niet simpelweg kan van uitgaan dat hij dit verbod heeft geëerbiedigd om de enkele reden dat hij voor de betrokken partij wijn over een document V I 1 met een certificaat beschikte en dat hij dus niet kan aantonen geen schuld te treffen door louter dit document over te leggen.
80 Bijgevolg moet artikel 64, lid 2, onder d), van verordening nr. 1306/2013 aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die de bewijslast voor de schuldaansprakelijkheid van de betrokkene bij de bevoegde autoriteiten legt, ook indien die bewijslastregeling alleen geldt ingeval de persoon een voor de betrokken partij wijn opgesteld document V I 1 heeft overgelegd waaruit blijkt dat de wijn werd bereid volgens door de OIV aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés.
81 Gelet op een en ander dient op de tweede vraag te worden geantwoord dat artikel 89, lid 4, van verordening nr. 1306/2013, gelezen in samenhang met artikel 64, lid 2, onder d), van deze verordening en met artikel 80, lid 2, van verordening nr. 1308/2013, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die bepaalt dat wanneer een persoon een partij wijn in deze lidstaat afzet die niet in overeenstemming is met de toegestane oenologische procedés in de zin van artikel 80, lid 2, onder a) of c), van verordening nr. 1308/2013 en hij voor deze partij wijn een document V I 1 overlegt waaruit blijkt dat deze werd bereid volgens door de OIV aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés, het aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat staat om te bewijzen dat die handelaar aansprakelijk is wegens schuld doordat hij het in artikel 80, lid 2, van deze verordening vastgestelde verbod op het in de handel brengen van dit product heeft geschonden.
Kosten
82 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
-
Artikel 80, lid 2, onder a) en c), en artikel 90, lid 3, onder a), van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, moeten aldus worden uitgelegd dat het certificaat dat is opgenomen in een document V I 1 dat overeenkomstig artikel 43 van verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, wat betreft de steunprogramma’s, de handel met derde landen, het productiepotentieel en de controles in de wijnsector wordt opgesteld voor een partij wijn die in de Europese Unie wordt ingevoerd en waaruit blijkt dat de partij wijn is bereid volgens door de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés, relevant is bij de beoordeling of deze partij in overeenstemming is met de toegestane oenologische procedés als bedoeld in artikel 80, lid 2, onder a) en c), van verordening nr. 1308/2013, zonder dat het evenwel op zich reeds volstaat om deze overeenstemming aan te tonen.
-
Artikel 89, lid 4, van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gelezen in samenhang met artikel 64, lid 2, onder d), ervan en met artikel 80, lid 2, van verordening nr. 1308/2013, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die bepaalt dat wanneer een persoon een partij wijn in deze lidstaat afzet die niet in overeenstemming is met de toegestane oenologische procedés in de zin van artikel 80, lid 2, onder a) of c), van verordening nr. 1308/2013 en hij voor deze partij wijn een document V I 1 overlegt waaruit blijkt dat deze werd bereid volgens door de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding aanbevolen en gepubliceerde of door de Unie toegestane oenologische procedés, het aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat staat om te bewijzen dat die handelaar aansprakelijk is wegens schuld doordat hij het in artikel 80, lid 2, van deze verordening vastgestelde verbod op het in de handel brengen van dit product heeft geschonden.
ondertekeningen