Home

Zaak T-425/20: Beroep ingesteld op 3 juli 2020 — KU / EDEO

Zaak T-425/20: Beroep ingesteld op 3 juli 2020 — KU / EDEO

7.9.2020

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 297/43


Beroep ingesteld op 3 juli 2020 — KU / EDEO

(Zaak T-425/20)

(2020/C 297/56)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: KU (vertegenwoordiger: R. Wardyn, advocaat)

Verwerende partij: Europese Dienst voor extern optreden (EDEO)

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het besluit van EDEO van 17 september 2019 tot afwijzing van haar verzoek om bijstand nietig te verklaren;

het besluit van 3 april 2020 tot afwijzing van haar krachtens artikel 90, lid 2, van het Statuut ingediende klacht nietig te verklaren;

de verwerende partij te veroordelen tot betaling van een bedrag van 15 000 EUR ter vergoeding van het door haar geleden psychisch geweld;

de verwerende partij te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan een ontoereikende motivering en gebrek aan toetsing van het bewijsmateriaal.

De besluiten van EDEO van 17 september 2019 en 3 april 2020 zijn onvoldoende gemotiveerd, hetgeen in strijd is met de verplichting van de administratie om haar besluiten te motiveren (artikel 41, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 18 van de Europese Code van goed administratief gedrag).

2.

Tweede middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting: schending van artikel 12 bis van het Statuut.

EDEO heeft artikel 12 bis van het Statuut geschonden, door te weigeren om het gedrag van X zoals omschreven in haar verzoek om bijstand, aan te merken als psychisch geweld in de zin van die bepaling.

3.

Derde middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout.

EDEO heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt, door te weigeren om het gedrag van X zoals omschreven in het verzoek om bijstand, aan te merken als psychisch geweld.

4.

Vierde middel, ontleend aan niet nakoming van de bijstandsplicht: schending van artikel 24 van het Statuut.

Betoogd wordt dat de periode van meer dan zestien maanden een onredelijke termijn voor een onderzoek is en dat EDEO, tezamen met het IDOC, het beginsel van de redelijke termijn heeft geschonden en haar verplichting om snel te handelen niet is nagekomen. Dit impliceert schending van artikel 24 van het Statuut.