„De partijen veroordelen alle vormen van discriminatie van vrouwen en nemen onverwijld de nodige wetgevende en andere maatregelen om discriminatie te voorkomen, in het bijzonder door:
-
het verankeren van het beginsel van gelijkheid van vrouw en man in hun nationale grondwet of in andere passende wetgeving en erop toe te zien dat het in de praktijk wordt gebracht;
-
het verbieden van discriminatie van vrouwen, waar nodig met behulp van sancties;
-
het afschaffen van wetten en praktijken die discriminerend zijn voor vrouwen.”