Home

Zaak C-217/21: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Administrativen sad Veliko Tarnovo (Bulgarije) op 6 april 2021 — “AGRO — EKO 2013” EOOD / Izpalnitelen direktor na Darzhaven fond “Zemedelie”

Zaak C-217/21: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Administrativen sad Veliko Tarnovo (Bulgarije) op 6 april 2021 — “AGRO — EKO 2013” EOOD / Izpalnitelen direktor na Darzhaven fond “Zemedelie”

21.6.2021

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 242/10


Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Administrativen sad Veliko Tarnovo (Bulgarije) op 6 april 2021 — “AGRO — EKO 2013” EOOD / Izpalnitelen direktor na Darzhaven fond “Zemedelie”

(Zaak C-217/21)

(2021/C 242/13)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Administrativen sad Veliko Tarnovo

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij:“AGRO — EKO 2013” EOOD

Verwerende partij: Izpalnitelen direktor na Darzhaven fond “Zemedelie”

Prejudiciële vragen

1)

Impliceert het begrip “betaling” als bedoeld in artikel 75, lid 1, van verordening (EU) nr. 1306/2013 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat de naar aanleiding van een betalingsaanvraag ingeleide procedure is afgerond?

2)

Staat de daadwerkelijke ontvangst van het door de eigenaar van een landbouwbedrijf aangevraagde bedrag gelijk aan een positief besluit van het betaalorgaan over de aanvraag tot activering van de betalingsrechten, respectievelijk impliceert het feit dat de betrokkene geen geldsommen ontvangt terwijl publiekelijk wordt bekendgemaakt dat betalingen op grond van de betreffende maatregel plaatsvinden, dat de aangevraagde betalingsrechten zijn afgewezen, wanneer aan de betrokkene niet is meegedeeld dat de procedure wordt voortgezet doordat nieuwe controles worden uitgevoerd?

3)

Houdt de in artikel 75, lid 1, van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde termijn in dat de lidstaten verplicht zijn om de toetsing aan de subsidialiteitsvoorwaarden vóór het verstrijken van die termijn te verrichten en kan die toetsing enkel bij wijze van uitzondering worden voortgezet?

4)

Vormt de niet-naleving van de in artikel 75, lid 1, van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde termijn een stilzwijgende afwijzing van de betaling van steun, wanneer aan de eigenaar van een landbouwbedrijf niet is meegedeeld dat er aanvullende controles worden uitgevoerd en daarover geen enkel schriftelijk document bestaat?


(1) Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 549).