Home

Arrest van het Gerecht (Tiende kamer) van 15 februari 2023

Arrest van het Gerecht (Tiende kamer) van 15 februari 2023

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
15 februari 2023

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Tiende kamer) van 15 februari 2023 –
RH / Commissie

(Zaak T‑175/21)(1)

"„Instrument voor pretoetredingssteun - Financieel Reglement - Onderzoek van OLAF - Besluit van de Commissie waarbij een administratieve sanctie is opgelegd - Uitsluiting van door de algemene begroting van de Unie en het EOF gefinancierde procedures voor de plaatsing van opdrachten en de toekenning van subsidies - Opneming in de gegevensbank van het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting - Ernstige beroepsfout - Kennelijk onjuiste beoordeling - Niet-contractuele aansprakelijkheid - Voldoende gekwalificeerde schending van een rechtsregel die particulieren rechten toekent”"

1. Beroep tot nietigverklaringMiddelenBeroep tegen een besluit tot afwijzing van de offerte van een inschrijver in het kader van het plaatsen van een overheidsopdracht door een instelling van de UnieMiddel ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling door de aanbestedende dienstBewijslast rustend op de verzoekende partij

(Art. 263 VWEU)

(zie punt 31)

2. Recht van de Europese UnieBeginselenBeginsel van behoorlijk bestuurZorgvuldigheidsplichtOmvangKennelijke beoordelingsfout van de Commissie die schending van deze verplichting oplevert

[Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41; verordening nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad, art. 106, lid 1; verordening 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad, art. 136, lid 1; verordening nr. 1605/2002 van de Raad, art. 93, lid 1, c)]

(zie punten 62‑64, 130)

3. GrondrechtenRechten van de verdedigingVerankering in artikel 48 van het Handvest en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mensIdentieke betekenis en draagwijdteNiveau van bescherming door het Handvest dat dit niet in strijd is met de bescherming die door genoemd verdrag wordt geboden

(Art. 6, lid 1, derde alinea, VEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 48 en 52, leden 3 en 7)

(zie punt 69)

4. Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF)OnderzoekenRecht van belanghebbende om te worden gehoordOmvang

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art 41, lid 2; verordening nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, art. 9, lid 4)

(zie punten 89, 90, 103)

5. Recht van de Europese UnieBeginselenRechten van de verdedigingRecht om te worden gehoordOmvangVerplichting om de betrokkene in staat te stellen mondeling een standpunt in te nemenGeen

(zie punt 95)

6. Handelingen van de instellingenMotiveringVerplichtingOmvangBeoordeling van de motiveringsplicht aan de hand van de omstandigheden van het geval

(Art. 296, tweede alinea, VWEU)

(zie punt 109)

7. Niet-contractuele aansprakelijkheidVoorwaardenOnrechtmatigheidSchadeCausaal verbandOntbreken van een van de voorwaardenVolledige verwerping van het beroep tot schadevergoeding

(Art. 340, tweede alinea, VWEU)

(zie punt 122)

8. Niet-contractuele aansprakelijkheidVoorwaardenOnrechtmatigheidVoldoende gekwalificeerde schending van het UnierechtVereiste van een kennelijke en ernstige schending door de instellingen van de grenzen van hun beoordelingsvrijheidSchending door de Commissie van een regel op grond waarvan zij beschikt over een beoordelingsmarge bij de uitsluiting van verzoekende partij van procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten en voor de toekenning van subsidies die worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie en het Europees OntwikkelingsfondsKennelijk onjuiste beoordeling van de door verzoeker aangevoerde bewijzenGeen voldoende gekwalificeerde schending

(Art. 340, tweede alinea, VWEU)

(zie punten 123‑128, 136‑138)

Dictum

1) Het besluit van de Europese Commissie van 18 februari 2021 waarbij RH wordt uitgesloten van deelname aan procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten en voor de toekenning van subsidies in het kader van de begroting van de Europese Unie en het 11de Europees Ontwikkelingsfonds alsook van deelname aan procedures voor de toekenning van middelen in het kader van verordening (EU, Euratom) 2018/1046 en van deelname aan procedures voor de toekenning van middelen in het kader van het Europees Ontwikkelingsfonds, geregeld in verordening (EU) 2018/1877, wordt nietig verklaard.

2) Het beroep wordt afgewezen voor het overige.

3) Elke partij draagt haar eigen kosten.