Home

Beschikking van het Gerecht (Achtste kamer) van 29 april 2022

Beschikking van het Gerecht (Achtste kamer) van 29 april 2022

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
29 april 2022

Uitspraak

Beschikking van het Gerecht (Achtste kamer) van 29 april 2022 –
Abenante e.a./Parlement en Raad

(Zaak T‑527/21)

"„Beroep tot nietigverklaring - Verordening (EU) 2021/953 - Digitaal EU-COVID-certificaat - Vrij verkeer van personen - Beperkingen - Geen procesbelang - Niet rechtstreeks geraakt - Geen individuele geraaktheid - Niet-ontvankelijkheid”"

1. Beroep tot nietigverklaringNatuurlijke personen of rechtspersonenProcesbevoegdheidHandelingen die hen rechtstreeks en individueel rakenVerordening betreffende het digitaal EU-COVID-certificaatVerordening die op zich geen verplichting bevat voor verzoekers om een vaccinatie-, test- of herstelbewijs voor te leggenGeen rechtstreekse geraaktheid van verzoekersNiet-ontvankelijkheid

(Art. 263, vierde alinea, VWEU; verordening 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punten 43‑51)

2. Beroep tot nietigverklaringNatuurlijke personen of rechtspersonenProcesbevoegdheidHandelingen die hen rechtstreeks en individueel rakenVerordening betreffende het digitaal EU-COVID-certificaatVerordening die verzoekers niet treft vanwege hun bijzondere hoedanigheid of een feitelijke situatie die hen differentieert ten opzichte van iedere andere persoon die niet voornemens is zich te laten vaccineren of zich te laten testenGeen individuele geraaktheid van verzoekersNiet-ontvankelijkheid

(Art. 263, vierde alinea, VWEU; verordening 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punten 52‑57)

Dictum

1) Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2) Op het verzoek tot interventie van de Europese Commissie hoeft niet meer te worden beslist.

3) Stefania Abenante en de andere verzoekers van wie de namen in de bijlage bij de beschikking zijn vermeld dragen hun eigen kosten en de kosten van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie, met inbegrip van de kosten die zijn opgekomen in het kort geding voor het Gerecht.

4) De Commissie draagt haar eigen kosten in verband met haar verzoek tot interventie.