Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 19 december 2022
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 19 december 2022
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 19 december 2022
Uitspraak
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 19 december 2022 – Aziz/Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS)
(Zaak C‑357/22 P)
"„Hogere voorziening - Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Institutioneel recht - Bescherming van persoonsgegevens - Verordening (EU) 2018/1725 - Weigering van toegang tot persoonsgegevens die in het bezit zouden zijn van de Europese Commissie en de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) - Klachten bij de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (ETGB) na de weigering van toegang - Beroep tegen de impliciete afwijzing van de klachten - Ontvankelijkheid - Artikel 76, onder d), van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht - Voldoende duidelijke en nauwkeurige aanwijzing van de aangevoerde middelen - Hogere voorziening deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond”"
1. Gerechtelijke procedureInleidend verzoekschriftVormvereistenVaststelling van het voorwerp van het geschilSummiere uiteenzetting van de aangevoerde middelenOndubbelzinnige formulering van de conclusies van de verzoekerGeenNiet-ontvankelijkheid
[Art. 263 VWEU, Statuut van het Hof van Justitie, art. 21, eerste alinea, en art. 53, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 76, d)]
(zie punten 12, 13, 18, 21, 22)
2. Hogere voorzieningMiddelenNoodzaak van precieze kritiek op een onderdeel van de redenering van het Gerecht
[Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 168, lid 1, d), en art. 169, lid 1]
(zie punten 26, 27)
3. Hogere voorzieningMiddelenMiddel aangevoerd tegen een rechtsoverweging van de beschikking die niet noodzakelijk is voor het onderbouwen van het dictum ervanFalend middel
(Art. 256, lid 1, tweede alinea, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)
(zie punt 29)
Dictum
1) De hogere voorziening wordt afgewezen omdat zij deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond is.
2) Ahmad Aziz draagt zijn eigen kosten.