Home

Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 17 april 2023

Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 17 april 2023

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
17 april 2023

Uitspraak

Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 17 april 2023 –
Ferriere Nord e.a.

(Zaak C‑560/22)(1)

"„Prejudiciële verwijzing - Artikel 53, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Nationale mededingingsautoriteiten - Opleggen van een bijdrage bestemd voor hun financiering - Geen band met het Unierecht - Kennelijke onbevoegdheid van het Hof - Onvoldoende preciseringen - Kennelijke niet-ontvankelijkheid”"

1. Prejudiciële vragenOntvankelijkheidVragen die zijn gesteld zonder voldoende nauwkeurige aanwijzingen van de redenen die de noodzaak van een antwoord op de prejudiciële vragen rechtvaardigenGeen verband tussen het hoofdgeding en de Unierechtelijke bepaling waarop de prejudiciële vragen betrekking hebbenKennelijke niet-ontvankelijkheid

[Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 53, lid 2, en art. 94, c)]

(zie punten 16‑23, 29, 30 en dictum)

2. Prejudiciële vragenOntvankelijkheidNoodzaak om het Hof voldoende preciseringen over de feitelijke en juridische context te verstrekkenOmvang van die verplichting op het gebied van de fundamentele vrijhedenVraag gerezen in een geding dat tot één lidstaat is beperktGeen aanwijzing van de aanknopingsfactor waaruit blijkt dat de gevraagde uitlegging noodzakelijk is voor de beslechting van het gedingKennelijke niet-ontvankelijkheid

(Art. 267 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 94)

(zie punten 25‑28)

3. Prejudiciële vragenBevoegdheid van het HofGrenzenVerzoek tot uitlegging van het Handvest van de grondrechtenVoorwerp van het nationale geding dat geen enkel aanknopingspunt met het Unierecht heeftKennelijke onbevoegdheid van het Hof

(Art. 6, lid 1, VEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 51, leden 1 en 2; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 53, lid 2)

(zie punt 31)

Dictum

Het verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Commissione tributaria regionale per il Friuli Venezia Giulia (belastingrechter in tweede aanleg Friouli Venezia Giulia, Italië) bij beslissing van 30 juni 2022, is kennelijk niet-ontvankelijk.