Home

Arrest van het Gerecht (Achtste kamer – uitgebreid) van 3 juli 2024

Arrest van het Gerecht (Achtste kamer – uitgebreid) van 3 juli 2024

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
3 juli 2024

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Achtste kamer – uitgebreid) van 3 juli 2024 –
Volkskreditbank / GAR (Vooraf te betalen bijdragen voor 2022)

(Zaak T‑406/22)(1)

"„Economische en monetaire unie - Bankenunie - Gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (GAM) - Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF) - Besluit van de GAR over de berekening van de vooraf te betalen bijdragen voor de bijdrageperiode 2022 - Vaststelling van het jaarlijkse streefbedrag van het GAF - In artikel 70, lid 2, eerste en vierde alinea, van verordening (EU) nr. 806/2014 bedoeld plafond - Artikel 291, lid 2, VWEU - Artikel 70, lid 7, van verordening nr. 806/2014 - Uitvoeringsverordening (EU) 2015/81 - Uitvoeringsbevoegdheden die aan de Raad zijn toegekend - Naar behoren gemotiveerde specifieke gevallen - Omvang van de uitvoeringsbevoegdheden - Beperking in de tijd van de werking van het arrest”"

1. Handelingen van de instellingenVerordeningenBasisverordeningen en uitvoeringsverordeningenToekenning in de basisverordening van een uitvoeringsbevoegdheid aan de RaadGeen motivering in die verordeningOnwettigheid

(Art. 291, lid 2, en art. 296 VWEU; verordening nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad, art. 70, lid 7; verordening 2015/81 van de Raad)

(zie punten 27, 28, 32, 34, 37, 39‑42)

2. Economisch en monetair beleidEconomisch beleidGemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingenVooraf te betalen bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF)Uitvoeringsbevoegdheid die aan de Raad is toegekendBerekeningsmethode voor die bijdragen die is vastgesteld in een uitvoeringsverordening van de RaadWijziging bij de uitvoeringsverordening van de in de basisverordening vastgestelde berekeningsmethodeBevoegdheidsoverschrijdingOnwettigheid

(Verordening nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad, art. 70, leden 1 en 2, tweede alinea; verordening 2015/81 van de Raad, art. 8, lid 1, richtlijn 2014/59 van het Europees Parlement en de Raad, art. 103)

(zie punten 61, 65, 66, 69‑72, 76, 77, 79, 82, 84)

3. Economisch en monetair beleidEconomisch beleidGemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingenVooraf te betalen bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF)Jaarlijks maximum van het gecumuleerde bedrag van de individuele bijdragen aan het GAF, dat is vastgesteld op 12,5 % van het eindstreefbedragWerkingssfeerToepassing tijdens de initiële periode

(Verordening nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad, art. 70, lid 2, eerste en vierde alinea)

(zie punten 98, 106)

4. Economisch en monetair beleidEconomisch beleidGemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingenVooraf te betalen bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF)Jaarlijks maximum van het gecumuleerde bedrag van de individuele bijdragen aan het GAF, dat is vastgesteld op 12,5 % van het eindstreefbedragOmvangNiet-overschrijding van dat maximum door de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)BeoordelingscriteriaDynamische benadering van het eindstreefbedrag

(Verordening nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad, art. 69, lid 1, en art. 70, lid 2, eerste en vierde alinea)

(zie punten 109, 113‑116)

Dictum

1) Besluit SRB/ES/2022/18 van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) van 11 april 2022 over de berekening van de vooraf aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF) te betalen bijdragen voor 2022 wordt nietig verklaard voor zover het betrekking heeft op Volkskreditbank AG.

2) De gevolgen van besluit SRB/ES/2022/18 worden ten aanzien van Volkskreditbank gehandhaafd totdat de maatregelen zijn genomen die nodig zijn ter uitvoering van het onderhavige arrest, en dit binnen een redelijke termijn die niet langer mag zijn dan twaalf maanden te rekenen vanaf de dag waarop het onderhavige arrest onherroepelijk wordt.

3) De GAR draagt zijn eigen kosten alsmede die van Volkskreditbank.

4) Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dragen hun eigen kosten.