Home

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 25 februari 2025

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 25 februari 2025

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
25 februari 2025

Uitspraak

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 25 februari 2025 –
Nutmark en Piamark/Commissie

(Gevoegde zaken C‑804/23 P en C‑805/23 P)

"„Hogere voorziening - Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Staatssteun - Vrijhandelszone van Madeira (Portugal) - Toekenning van belastingvoordelen aan ondernemingen - Door de Portugese Republiek ten uitvoer gelegde steunregeling - Besluiten C(2007) 3037 definitief en C(2013) 4043 final - Besluit van de Europese Commissie op grond van artikel 108, lid 2, VWEU - Tenuitvoerlegging van bestaande steun in strijd met een voorwaarde die de verenigbaarheid van de steun met de interne markt waarborgt”"

1. Hogere voorzieningMiddelenMiddelen die kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijnAfwijzing, op elk moment, bij met redenen omklede beschikking, zonder mondelinge behandeling

(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 181)

(zie punten 15‑16)

2. Hogere voorzieningMiddelenNoodzaak van precieze kritiek op een onderdeel van de redenering van het GerechtGeenNiet-ontvankelijkheid

[Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 168, lid 1, d), en art. 169]

(zie punten 23‑24, 26‑27)

3. Hogere voorzieningMiddelenEnkel herhaling van de voor het Gerecht aangevoerde middelen en argumentenOntbreken van vermelding van de gestelde onjuiste rechtsopvattingNiet-ontvankelijkheid

[Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 168, lid 1, d), en art. 169]

(zie punten 24, 26‑27)

4. Hogere voorzieningMiddelenMiddel aangevoerd tegen een rechtsoverweging van de beschikking die niet noodzakelijk is voor het onderbouwen van het dictum ervanFalend middel

[Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 168, lid 1, d), en art. 169]

(zie punten 33‑34)

5. Hogere voorzieningMiddelenOntoereikende motiveringImpliciete motivering door het GerechtToelaatbaarheidVoorwaarden

(Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en art. 53, eerste alinea)

(zie punten 35‑40)

6. Hogere voorzieningMiddelenOnjuiste beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaalNiet-ontvankelijkheidToetsing door het Hof van de beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaalUitgesloten, behoudens het geval van een onjuiste opvattingMiddel inzake onjuiste opvatting van de feitenNoodzaak om precies aan te geven welke elementen onjuist zijn opgevat en om aan te tonen welke analysefouten tot die onjuiste opvatting hebben geleidVereiste dat de onjuiste opvatting duidelijk uit de processtukken blijkt

(Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)

(zie punten 45‑47, 52‑56)

Dictum

1) De hogere voorzieningen worden deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

2) Nutmark Lda. (Zona Franca de Madeira) en Piamark Lda. (Zona Franca de Madeira) worden verwezen in de kosten.