Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 28 april 2025
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 28 april 2025
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 28 april 2025
Uitspraak
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 28 april 2025 –
A.En. Slovensko
(Zaak C‑201/24)
"„Prejudiciële verwijzing - Harmonisatie van wetgevingen - Gemeenschappelijke fiscale regeling voor vennootschappen - Richtlijn 2009/133/EG - Nationale regeling die een bijzondere heffing oplegt voor meerwaarden die worden gerealiseerd na een inbreng van activa tussen in dezelfde lidstaat gevestigde vennootschappen - Artikel 4, lid 1, en artikel 9 - Vereiste dat meerwaarden die worden gerealiseerd na een inbreng van activa niet worden belast - Puur interne situatie - Bevoegdheid van het Hof”"
Prejudiciële vragenBevoegdheid van het HofBepalingen van het Unierecht die door het nationale recht rechtstreeks en onvoorwaardelijk van toepassing zijn verklaard op situaties die niet binnen de werkingssfeer ervan vallenDaaronder begrepenVoorwaardeNoodzaak voor de nationale rechterlijke instantie om het bestaan van een dergelijke verwijzing te vermeldenGeen vermelding daarvanKennelijke onbevoegdheid van het Hof
(Art. 267 VWEU; richtlijn 2009/133 van de Raad)
(zie punten 30‑38 en dictum)
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om de door de Najvyšší správny súd Slovenskej republiky (hoogste bestuursrechter, Slowaakse Republiek), bij beslissing van 29 februari 2024 gestelde vragen (zaak C‑201/24) te beantwoorden.