Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1/98 van Alexandros ALAVANOS aan de Commissie. Controle op luchtvaartuigen uit derde landen

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1/98 van Alexandros ALAVANOS aan de Commissie. Controle op luchtvaartuigen uit derde landen

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1/98 van Alexandros ALAVANOS aan de Commissie. Controle op luchtvaartuigen uit derde landen

Publicatieblad Nr. C 196 van 22/06/1998 blz. 0106


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0001/98 van Alexandros Alavanos (GUE/NGL) aan de Commissie (15 januari 1998)

Betreft: Controle op luchtvaartuigen uit derde landen

Op 17 december 1997 is in Griekenland een Oekraïense "Jakovlev¨ gecrasht en bij deze ramp kwamen alle passagiers en de bemanning om het leven. Ook al zijn de officiële resultaten van het onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk nog niet bekend gemaakt, toch kan men zich afvragen of de veiligheidsvoorschriften werden nageleefd, of het vliegtuig voor de vlucht afdoende gecontroleerd werd en of de bemanning voldoende Engels kende.

Op 17 februari 1997 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn van de Raad ingediend "houdende invoering van een veiligheidsbeoordeling van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruik maken van luchthavens in de Gemeenschap¨en dit voorstel werd behandeld in de plenaire vergadering van het Europees Parlement in de vergaderperiode van november 1997.

Kan de Commissie op grond van de door haar uitgevoerde studies zeggen welke landen van de Europese Unie reeds controles uitvoeren op vliegtuigen uit derde landen, en wat deze controles precies inhouden? Behoort Griekenland tot de landen die grondige controles uitvoeren? Zal de Commissie, gezien de ernst van de kwestie en de lange periode die nog zal verlopen tot de richtlijn volledig is goedgekeurd en wordt toegepast in de lidstaten, initiatieven nemen om de lidstaten te verplichten onverwijld een pakket maatregelen te nemen inzake de controle op luchtvaartuigen uit derde landen, zodat de risico's op nieuwe ongelukken onmiddellijk worden verminderd?

Antwoord van de heer Kinnock namens de Commissie (6 februari 1998)

Volgens het Verdrag van Chicago inzake de burgerluchtvaart hebben staten het recht om een platforminspectie uit te voeren wanneer zij vermoeden dat een buitenlands vliegtuig niet aan de internationale veiligheidsnormen beantwoordt. Het voorstel van de Commissie ((COM(97) 55 def. van 17.2.1997. )) maakt beter gebruik van dit bestaande recht door van de lidstaten te verlangen dat zij dergelijke inspecties onder bepaalde omstandigheden uitvoeren, dat zij informatie verzamelen en uitwisselen, dat zij onveilige vliegtuigen aan de grond houden en dat zij eventueel gezamenlijke maatregelen treffen.

De Commissie heeft begrepen dat de meeste, zij het niet alle, lidstaten al sinds enige tijd op eigen initiatief platforminspecties uitvoeren. De Commissie wordt niet altijd op de hoogte gesteld van deze inspecties en weet niet of dergelijke inspecties ook in Griekenland plaatsvinden.

De Commissie kent daarentegen wel de lidstaten die al informatie uitwisselen en de inwerkingtreding van de voorgestelde richtlijn dus niet hebben afgewacht. Het gaat om België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland, Portugal, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. De Commissie weet dat er ten minste nog twee andere lidstaten zijn die platforminspecties uitvoeren, maar dat zij om juridische redenen nog niet aan de informatie-uitwisseling deelnemen.

Om het de lidstaten mogelijk te maken nog voor de inwerkingtreding van de richtlijn een deel van de maatregelen toe te passen, verleent de Commissie financiële steun voor de opzet en exploitatie van een database waarin al meer dan 1400 inspectierapporten zijn opgenomen, die ten minste in vijf gevallen tot een vliegverbod hebben geleid.