Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 2672/98 van Gerhard HAGER aan dee Raad. Beoordeling van de omzetting van het acquis in de kandidaatlidstaten

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 2672/98 van Gerhard HAGER aan dee Raad. Beoordeling van de omzetting van het acquis in de kandidaatlidstaten

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2672/98

van Gerhard Hager (NI) aan de Raad

(1 september 1998)

Betreft: Beoordeling van de omzetting van het acquis in de kandidaatlidstaten

Volgens de Britse minister van Binnenlandse Zaken is het acquis van de derde pijler met het oog op de uitbreiding reeds nauwkeurig te boek gesteld. Aan de hand van deze opsomming zullen de vooruitgang bij de toetredingsonderhandelingen en de omzetting van het acquis worden gevolgd. Hiertoe is een gemeenschappelijk beoordelingsmechanisme in het leven geroepen en is een groep van deskundigen uit de lidstaten samengesteld, die toezicht moet houden op de omzetting.

1. Op welke basis en aan de hand van welke criteria is het beoordelingsmechanisme ontwikkeld?

2. Is dit beoordelingsmechanisme toegankelijk voor het publiek en hoe ziet het er concreet uit?

3. Voor wie stelt de groep van deskundigen haar beoordeling op, en zal deze voor het publiek toegankelijk zijn?

4. Wie heeft voor Oostenrijk zitting in de groep van deskundigen?

Antwoord

(14 december 1998)

1. De beoordelingsprocedure is gebaseerd op het gemeenschappelijk optreden tot vaststelling van een mechanisme voor collectieve evaluatie van de inwerkingtreding, de toepassing en de daadwerkelijke uitvoering van het acquis van de Europese Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken in de kandidaat-lidstaten(1), dat de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken tijdens zijn zitting van 28 en 29 mei 1998 heeft goedgekeurd. De in artikel 2 daarvan bedoelde groep van deskundigen is op 10 juni 1998 door het Comité van Permanente Vertegenwoordigers opgericht. Deze groep Collectieve Evaluatie is voor het eerst bijeengekomen op 30 september 1998 in Brussel. Sindsdien zijn er regelmatig evaluaties per land geweest.

2. Het evaluatiemechanisme bestaat in de analyse van de informatie over de daadwerkelijke uitvoering van het acquis van de Unie door de verschillende kandidaat-lidstaten. De door de Evaluatiegroep behandelde informatie stoelt hoofdzakelijk op de ervaringen van de lidstaten in hun werkbetrekkingen met de kandidaat-lidstaten, op de verslagen van de delegaties van de Commissie in die landen en de informatie waarover de Commissie beschikt in het kader van het gehele toetredingsproces (met inbegrip van de verslagen betreffende het PHARE-programma), alsmede op de verslagen van de Raad van Europa of uit andere bronnen die nuttig worden geacht. De Commissie zou met de evaluaties rekening moeten houden wanneer zij voorstellen indient voor een bijstelling van de prioriteiten en doelstellingen van de partnerschappen voor de toetreding.

3. De groep Collectieve Evaluatie informeert de Raad over de vorderingen en de resultaten van de evaluaties, via het Coreper en in nauwe samenwerking met het Comité K.4 en andere Raadsinstanties die bij het uitbreidingsproces betrokken zijn.

4. Elke lidstaat dient een vertegenwoordiger voor de groep aan te stellen.

(1) PB L 191 van 7.7.1998, blz. 8.