Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0150/01 van Reimer Böge (PPE-DE) aan de Commissie. Aanvullende informatie bij de etikettering van rundvlees.

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0150/01 van Reimer Böge (PPE-DE) aan de Commissie. Aanvullende informatie bij de etikettering van rundvlees.

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0150/01

van Reimer Böge (PPE-DE) aan de Commissie

(31 januari 2001)

Betreft: Aanvullende informatie bij de etikettering van rundvlees

Een groot bedrijf in de Duitse levensmiddelenbranche, dat al vóór de inwerkingtreding van de huidige regeling in Duitsland vrijwillig alle geslachte runderen op BSE testte, kreeg door de bevoegde federale instantie het verbod opgelegd om bij de etikettering krachtens verordening (EG) nr. 1760/2000(1) desbetreffende gegevens te vermelden.

Het bedrijf had vier verschillende etiketteringsvoorstellen ter goedkeuring ingediend. De Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung wees alle vier varianten van de hand omdat volgens artikel 16, lid 2 van verordening nr. 1760/2000 misleidende of onduidelijke specificaties niet mogen worden goedgekeurd.

De voorstellen luidden als volgt:

1. Dit vlees is op BSE getest. De test garandeert geen 100 %, maar wel meer veiligheid!

2. Vrijwillig op BSE getest. (Prionics-test). Dit is onze bijdrage om risico's te verminderen.

3. Vrijwillig op BSE getest. Prionics-test. Meer veiligheid voor de consument.

4. Optimale consumentenbescherming. Vrijwillig op BSE getest. Geen 100 % veiligheid.

Hoe beoordeelt de Commissie deze weigering?

Deelt de Commissie de mening dat de vier voorstellen in strijd zijn met verordening nr. 1760/2000 en bij gevolg ongeoorloofd zijn, of is volgens de Commissie hier veeleer sprake van een restrictieve interpretatie van de verordening door de federale instantie?

(1) PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1.

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(4 april 2001)

Het is de Commissie bekend dat handelaren in een aantal lidstaten bij hun autoriteiten hebben gepleit voor een facultatieve etikettering van rundvlees waarbij informatie wordt gegeven over de BSE-status van de dieren waarvan het vlees afkomstig is. In het geval van Duitsland is formele toestemming gevraagd voor het vervaardigen van etiketten waarop wordt aangegeven dat het vlees op BSE is getest en daardoor een verminderd gezondheidsrisico inhoudt.

In dit verband zou de Commissie allereerst willen wijzen op het grote aantal volksgezondheidsmaatregelen dat tot nu toe op zowel communautair als nationaal niveau is genomen. Het veruit belangrijkste doel van deze maatregelen is te garanderen dat al het rundvlees dat in de Gemeenschap in de handel wordt gebracht, voor de consument even veilig is.

Als een handelaar toestemming zou krijgen om zich met zijn product te onderscheiden van zijn concurrenten door de vermelding dat hij voldoet aan een volksgezondheidsmaatregel die evenzeer voor alle andere handelaren geldt, zou dat hem naar het oordeel van de Commissie een oneerlijk voordeel opleveren en uiteindelijk de consument in verwarring kunnen brengen. Deze verwarring kan ontstaan omdat met een dergelijke vermelding de misleidende suggestie wordt gewekt dat rundvlees van een andere handelaar, die dit etiket toevallig niet voert, minder veilig is.

Een van de grondslagen van de communautaire etiketteringsregeling, als vastgelegd in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame(1) is dat de etikettering en de wijze waarop deze is uitgevoerd de koper niet mogen kunnen misleiden door hem te suggereren dat het levensmiddel bijzondere kenmerken vertoont, hoewel alle soortgelijke levensmiddelen dezelfde kenmerken bezitten

Daarnaast is de Commissie van mening dat artikel 16, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97(2), waarin specifiek wordt bepaald dat facultatieve etikettering met informatie die misleidend of onvoldoende duidelijk is, door de lidstaat moet worden afgewezen, de Duitse autoriteiten een duidelijke rechtsgrondslag geeft om elke facultatieve etikettering met betrekking tot de BSE-status van de dieren waarvan het vlees afkomstig is, af te wijzen.

(1) PB L 109 van 6.5.2000.

(2) PB L 204 van 11.8.2000.