Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1563/02 van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie. Visserij.

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1563/02 van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie. Visserij.

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1563/02 van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie. Visserij.

Publicatieblad Nr. 309 E van 12/12/2002 blz. 0123 - 0124


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1563/02

van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie

(3 juni 2002)

Betreft: Visserij

Kan de Commissie berichten ontkennen of bevestigen dat zij een intern debat over de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid op verzoek van het voorzitterschap van de Raad heeft uitgesteld?

Kan de Commissie bevestigen dat zij zichzelf niet beschouwt als het secretariaat van de Raad? Zal zij zich in de toekomst verzetten tegen pogingen van de Raad om haar werkzaamheden te sturen en haar initiatiefrecht, dat in het Verdrag is vastgelegd, te ondermijnen?

Gecombineerd Antwoordvan de heer Fischler namens de Commissieop de schritftelijke vragen E-1430/02 en E-1563/02

(23 juli 2002)

1. Het klopt, en het is ook niet abnormaal, dat er tussen en zelfs binnen de lidstaten sterk verschillende opvattingen bestaan over de koers van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Op basis van een zeer breed overleg heeft de Commissie bepaald welke de Europese belangen zijn en dienovereenkomstig gehandeld. Het resultaat is het pakket hervormingsvoorstellen dat aan de Raad en aan het Parlement is voorgelegd.

2. Ja. Overeenkomstig artikel 11 van het Statuut dient elke ambtenaar van de Commissie, op eender welk beleidsterrein, bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden en bij het bepalen van zijn gedrag uitsluitend de belangen van de Gemeenschappen voor ogen te houden, zonder aanwijzingen te vragen of te aanvaarden van enige regering of van enig gezag, enige organisatie of persoon buiten zijn instelling. Eerbiediging van dit beginsel is voor de Commissie van het allergrootste belang.

3. Het besluit om de heer Smidt te vervangen, moeten worden gezien tegen de achtergrond van het mobiliteitsbeleid van de Commissie voor topambtenaren. Toen de heer Smidt in het najaar van 2001 vernam dat zijn naam was genoemd in verband met de rotatie van

topambtenaren die dit jaar zou plaatsvinden, heeft hij op 25 november 2001 een brief geschreven aan de kabinetschef van het lid van de Commissie dat bevoegd is voor personeelszaken en administratie. Daarin heeft hij meegedeeld er iets voor te voelen de Commissie op ordelijke wijze te verlaten vóór het einde van de ambtstermijn van deze Commissie en te kennen gegeven dat medio 2002 of anders medio 2004- hiervoor het meest geschikte moment zou zijn in het licht van mijn eigen toekomstplannen. Voorts sprak hij de wens uit dat hiermee rekening zou worden gehouden in het kader van enige beslissing die de Commissie ondertussen zou nemen. Het lid van de Commissie dat bevoegd is voor visserij en landbouw heeft hierop laten weten niet op vervanging van de heer Smidt aan te sturen, maar diens vertrek te kunnen aanvaarden, op voorwaarde dat het vóór of na de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid en buiten de aanloopperiode van de uitvoering ervan zou plaatsvinden. Momenteel is de heer Smidt nog steeds directeur-generaal van het DG Visserij. De vacature is op 8 mei 2002 gepubliceerd. Nadat een opvolger is aangewezen, zal de heer Smidt als bijzonder raadadviseur (hors classe) van de nieuwe directeur-generaal fungeren. Reeds geruime tijd voordat de hervormingsvoorstellen werden uitgewerkt, waren de heer Smidt en zijn functioneren als directeur-generaal het mikpunt van een lastercampagne in diverse Spaanse kranten, onder andere in Industrias Pesqueras. Ook had de heer Smidt in een bepaalde periode een moeizame verhouding met de Commissie Visserij van het Parlement. De voor landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij bevoegde commissaris heeft zijn directeur-generaal echter altijd gesteund en is niet gezwicht voor de kritiek van buitenaf.

4. Naar aanleiding van de bespreking van de GVB-hervormingsvoorstellen in de Commissie zijn enkele vragen gerezen waar tijdens het voorbereidend intern overleg niet bij stilgestaan was. Deze hadden betrekking op de werking van het toekomstige vlootbeleid en de relatie met de MOP's (meerjarige oriëntatieprogramma's), op de biologische situatie van een aantal belangrijke visbestanden in Gemeenschapswateren, op de relatie tussen het wetenschappelijk advies en de te nemen maatregelen, op de industrievisserij, op de rol en de manier van werken van de gezamenlijke inspectiestructuur, op het toekomstige structuurbeleid voor de visserij, op de overeenkomsten met derde landen en op de rol en de manier van werken van de regionale adviescomités, met name binnen het institutionele kader van de Gemeenschap. Het werd in het bijzonder noodzakelijk geacht de gemaakte sociaal-economische impactanalyses te verdiepen om een beeld te verkrijgen van de effecten van de hervormingsvoorstellen op de visserijsector. Voorts is er intensief gedebateerd over de behoefte aan aanvullende financiële middelen voor de sloop van vissersvaartuigen en voor begeleidende sociaal-economische maatregelen om de visserijsector te helpen zich aan de structurele veranderingen aan te passen. Hoewel er fundamenteel niets aan de ontwerpvoorstellen schortte, maakte de behoefte aan aanvullende informatie en en aan verdere werkzaamheden duidelijk dat er iets meer tijd moest worden uitgetrokken om een en ander beter te formuleren. De extra vertraging van enkele weken had echter te maken met de agenda van de voor visserij en landbouw bevoegde commissaris, die op een paar vergaderingen van de Commissie niet aanwezig kon zijn in verband met de informele bijeenkomst van de Raad Landbouw in Spanje en een al lang geplande ontmoeting met de Duitse bondskanselier.

5. Geen van de standpunten die mondeling, schriftelijk of, in de meeste gevallen, via de media door de diverse belanghebbende partijen tijdens de eindfase van de voorbereiding van de hervorming, na de afsluiting van de formele raadplegingsperiode (zie Groenboek), kenbaar zijn gemaakt, heeft enige invloed gehad op de vastbeslotenheid van de Commissie om zich slechts te laten leiden door het algemeen belang en op de besluitvorming door de Commissie, die de voorstellen zonder fundamentele wijzigingen heeft goedgekeurd.

6. De Commissie heeft met het voorstel om het GVB te hervormen haar initiatiefrecht volledig gebruikt en blijk gegeven van haar onafhankelijkheid, zoals vastgelegd in de Verdragen. Zij stond open voor de voortreffelijke ideeën en suggesties welke de raadpleging heeft opgeleverd, maar heeft zich onontvankelijk getoond voor eender welke vorm van beïnvloeding om de voorstellen van de bevoegde commissaris op een tegen het algemeen belang indruisende wijze bij te sturen. De Commissie vragen haar geloofwaardigheid te herstellen, is dan ook een miskenning van de feiten, en volkomen ongefundeerd en ongerechtvaardigd.