Home

Zaak T-177/05: Beroep, op 6 mei 2005 ingesteld door Republiek Finland tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

Zaak T-177/05: Beroep, op 6 mei 2005 ingesteld door Republiek Finland tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

25.6.2005

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 155/30


Beroep, op 6 mei 2005 ingesteld door Republiek Finland tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

(Zaak T-177/05)

(2005/C 155/57)

Procestaal: Fins

Bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen is op 6 mei 2005 beroep ingesteld tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen door Republiek Finland, vertegenwoordigd door T. Pynnä als gemachtigde en A. Guimaraes-Purokoski als plaatsvervangend gemachtigde.

Verzoekster concludeert dat het het Gerecht behage:

1

nietig te verklaren het besluit van de Commissie dat is vervat in het schrijven van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Begrotingen van de Commissie van 28 februari 2005 aan de permanente vertegenwoordiger van de Republiek Finland bij de Europese Unie en in het schrijven van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Begrotingen van de Commissie van 25 april 2005 aan de permanente vertegenwoordiger van de Republiek Finland bij de Europese Unie tot bevestiging van dit besluit, waarmee de Commissie weigert onderhandelingen met Finland te beginnen over de betaling onder voorwaarden van retroactieve douanerechten vermeerderd met vertragingsrente tot de dag van betaling van die rechten, die de Commissie van Finland vordert in het kader van de krachtens artikel 226 EG ingeleide inbreukprocedure 2003/2180;

2

de Commissie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Directeur-generaal Romero van het directoraat-generaal Begrotingen van de Commissie richtte op 28 februari 2005 een schrijven aan de permanente vertegenwoordiger van de Republiek Finland bij de Europese Unie. Hierin geeft de Commissie te kennen dat zij weigert onderhandelingen te beginnen over de betaling onder voorwaarden van retroactieve douanerechten vermeerderd met vertragingsrente tot de dag van betaling van die rechten, die in het kader van inbreukprocedure 2003/2180 van Finland worden gevorderd op grond van verordening (EG/Euratom) nr. 1150/2000.(1) De Commissie bevestigde dit besluit bij het schrijven van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Begrotingen van de Commissie van 25 april 2005 aan de permanente vertegenwoordiger van de Republiek Finland bij de Europese Unie.

De Republiek Finland is van mening dat de Commissie met het bestreden besluit het EG-Verdrag of enige uitvoeringsregeling daarvan in de zin van artikel 230 EG, tweede alinea, heeft geschonden door in strijd met het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 10 EG en de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake betaling onder voorwaarden, te weigeren onderhandelingen te beginnen over de betaling onder voorwaarden van retroactieve douanerechten vermeerderd met vertragingsrente tot de dag van betaling van die rechten, die in het kader van inbreukprocedure 2003/2180 van Finland worden gevorderd op grond van verordening (EG/Euratom) nr. 1150/2000, en in strijd met artikel 253 EG het weigeringsbesluit niet te hebben gemotiveerd.

De weigering van onderhandelingen leidt ertoe dat de Republiek Finland niet kan overgaan tot betaling onder voorwaarden van de in inbreukprocedure 2003/2180 door de Commissie op grond van verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van haar gevorderde retroactieve douanerechten en vertragingsrente, waardoor tegelijkertijd wordt verzekerd dat de in inbreukprocedure 2003/2180 litigieuze rechtsvragen aan het Hof van Justitie worden voorgelegd.