Home

Zaak C-185/05: Beroep, op 26 april 2005 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Italiaanse Republiek

Zaak C-185/05: Beroep, op 26 april 2005 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Italiaanse Republiek

23.7.2005

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 182/23


Beroep, op 26 april 2005 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Italiaanse Republiek

(Zaak C-185/05)

(2005/C 182/43)

Procestaal: Italiaans

Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 26 april 2005 beroep ingesteld tegen Italiaanse Republiek door Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Schima en F. Amato, leden van de juridische dienst van de Commissie.

Verzoekster concludeert dat het het Hof behage:

1.

vast te stellen dat de Italiaanse Republiek,

door een regeling in stand te houden zoals die van artikel 9, leden 3 en 4, van decreto legislativo nr. 344 van 1999, waarin is bepaald dat de exploitant van een installatie waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, met de exploitatie mag beginnen zonder dat de autoriteit die het veiligheidsrapport moet beoordelen, haar conclusies over het onderzoek van het veiligheidsrapport uitdrukkelijk aan de exploitant heeft meegedeeld,

door een regeling in stand te houden zoals die van artikel 21, lid 3, van decreto legislativo nr. 344 van 1999, op grond waarvan de bevoegde autoriteit niet verplicht is te verbieden dat met de exploitatie wordt begonnen indien de maatregelen die de exploitant voornemens is te treffen ter voorkoming van zware ongevallen of ter beperking van de gevolgen daarvan, duidelijk onvoldoende blijken te zijn,

door geen bindende regeling vast te stellen waarin is bepaald dat de inspecties zodanig dienen te zijn opgezet dat een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd om na te gaan of de exploitant kan aantonen dat hij, gelet op de activiteiten in de inrichting, passende maatregelen heeft getroffen om zware ongevallen te voorkomen en om na te gaan of de exploitant kan aantonen dat hij in passende middelen heeft voorzien om de gevolgen van zware ongevallen op en buiten het bedrijfsterrein te beperken,

en door geen regeling vast te stellen waarin is bepaald dat met de inspecties kan worden verzekerd dat de gegevens en informatie, vervat in het veiligheidsrapport of in een ander ingediend rapport, de situatie in de inrichting trouw weergeven,

de krachtens de artikelen 9, lid 4, 17, lid 1, en 18, lid 1, eerste, tweede en derde streepje, van richtlijn 96/82(1) op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;

2.

de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, bepaalt dat de exploitant van een inrichting waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, bij de bevoegde autoriteit een veiligheidsrapport moeten indienen. De Italiaanse republiek heeft de richtlijn omgezet bij decreto legislativo nr. 334 van 17 augustus 1999.

De Commissie betoogt om te beginnen dat de exploitant ingevolge artikel 9, lid 4, van de richtlijn niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde autoriteit met de exploitatie mag beginnen.

Het decreto legislativo staat de exploitant echter toe met de exploitatie aan te vangen zonder dat de bevoegde autoriteit uitdrukkelijk haar eigen conclusies over het onderzoek van het veiligheidsrapport heeft meegedeeld.

Vervolgens is de bevoegde autoriteit blijkens artikel 17, lid 1, van de richtlijn verplicht de exploitatie te verbieden indien de maatregelen die de exploitant voornemens is te treffen ter voorkoming van zware ongevallen of ter beperking van de gevolgen daarvan duidelijk onvoldoende blijken te zijn.

Het decreto legislativo lijkt de bevoegde autoriteit echter vrij te stellen van een deze verplichting.

Ten slotte moeten de lidstaten ingevolge artikel 18, lid 1, van de richtlijn een bindende regeling vaststellen waarin is voorzien in inspecties die zodanig dienen te zijn opgezet dat een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd om na te gaan of de exploitant kan aantonen dat hij, gelet op de activiteiten in de inrichting, passende maatregelen heeft getroffen om zware ongevallen te voorkomen en om na te gaan of de exploitant kan aantonen dat hij in passende middelen heeft voorzien om de gevolgen van zware ongevallen op en buiten het bedrijfsterrein te beperken. Bovendien, nog steeds ingevolge artikel 18, lid 1, van de richtlijn, moeten de lidstaten een regeling vaststellen waarin is bepaald dat met de inspecties kan worden verzekerd dat de gegevens en informatie, vervat in het veiligheidsrapport of in een ander ingediend rapport, de situatie in de inrichting trouw weergeven.

Het decreto legislativo heeft deze voorschriften echter niet omgezet, maar heeft zich ertoe beperkt te verwijzen naar een later uitvoeringsdecreet dat echter tot op heden niet blijkt te zijn vastgesteld.

In het licht van het voorgaande meent de Commissie dus dat de Italiaanse Republiek de krachtens de artikelen 9, lid 4, 17, lid 1, en 18, lid 1, eerste, tweede en derde streepje, van de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.