Home

Sanctieregeling Zuid-Sudan 2015

Geldig vanaf 2 mei 2023
Geldig vanaf 2 mei 2023

Sanctieregeling Zuid-Sudan 2015

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 02-05-2023]

Aanhef

De Minister van Buitenlandse Zaken, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op Verordening (EU) nr. 2015/735 van de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Sudan en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 748/2014 (Pb L 117);

Gelet op Besluit (GBVB) 2015/740 van de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Sudan en tot intrekking van Besluit 2014/449/GBVB (Pb L 117);

Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977;

Besluit:

Artikel 1

1.

Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 5, eerste tot en met derde lid, artikel 14, eerste lid, en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 2015/735 van de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Sudan en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 748/2014 (Pb L 117).

2.

Het verbod te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EU) nr. 2015/735 geldt niet in gevallen waarin artikel 3 of artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 van toepassing is. Het verbod te handelen in strijd met artikel 5, eerste tot en met derde lid, geldt niet in gevallen waarin artikel 5, vierde lid, artikel 6, artikel 7, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 10, eerste lid, artikel 11, artikel 12, eerste lid, of artikel 13 van Verordening (EU) nr. 2015/735 van toepassing is.

Artikel 2

1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 10, eerste lid, artikel 11, artikel 12, eerste lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen of financiële bijstand, de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard.

2.

De bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 10, eerste lid, artikel 11, en artikel 12, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister van Financiën voor zover het betreft financiering of financiële bijstand en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft technische bijstand en tussenhandeldiensten.

Artikel 3

1.

Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, dan wel over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar personen of entiteiten in Zuid-Sudan of voor gebruik in of ten behoeve van Zuid-Sudan, ongeacht het land van oorsprong.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:

  1. militaire goederen uitsluitend bestemd ter ondersteuning van of voor gebruik door personeel van de Verenigde Naties (VN), daaronder begrepen de VN-missie in Zuid-Sudan (UNMISS) en de tijdelijke VN-veiligheidsmacht van Abyei (UNISFA);

  2. niet-dodelijke militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor humanitair of beschermend gebruik na voorafgaande kennisgeving aan het krachtens Resolutie 2206 (2015) opgerichte Comité van de Veiligheidsraad;

  3. beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die door personeel van de VN, vertegenwoordigers van de media, door medewerkers van humanitaire organisaties, ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel tijdelijk naar Zuid-Sudan wordt uitgevoerd;

  4. militaire goederen die tijdelijk naar Zuid-Sudan worden uitgevoerd door een staat die overeenkomstig het internationaal recht actie onderneemt, gericht op de bescherming of de evacuatie van onderdanen van die staat en van de personen voor wie deze staat in Zuid-Sudan consulair verantwoordelijk is, na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;

  5. militaire goederen aan of ter ondersteuning van de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie, uitsluitend bestemd voor regionale operaties ter bestrijding van het Verzetsleger van de Heer en na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;

  6. militaire goederen uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van de uitvoering van het vredesakkoord, na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;

  7. militaire goederen mits vooraf goedgekeurd door het Comité.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6